Geachte burgemeester

Geachte burgemeester en wethouders van mijn gemeente,

Ik heb uw brief ontvangen waarin u, via een van uw juridische medewerkers, heeft laten weten dat mijn bezwaarschrift ongegrond is verklaard. Hiermee blijft het besluit van 21 juli 2014 ongewijzigd gelden, om in uw eigen woorden te spreken. Ik lees de keurig juridisch opgebouwde tekst waarin u beargumenteerd waarom wij niet aan de criteria voldoen om aangepast (taxi)vervoer toegekend te krijgen. Er zal vast –juridisch gezien- geen speld tussen te krijgen zijn. Maar u beseft niet wat voor enorme stempel u nu drukt op het leven en welzijn van mijn zoon. Wat voor verschil een taxibusje kan maken. Of niet dus, in ons geval.

Uw verordening kent aangepast vervoer toe als een leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is om (onder begeleiding) met openbaar vervoer te reizen. Naar aanleiding van mijn bezwaarschrift heeft u een arts gevraagd om hier uitspraak over te doen. Geen van deze drie ‘opties’ zijn van toepassing op mijn zoon, hij heeft een ontwikkelingsstoornis. Volgens uw brief, ondersteund door verslag van een GGD-arts die mijn zoon 20 min heeft gezien. Dus hij kan met het openbaar vervoer.

Ik val over het woordje ‘kan’. Wanneer ‘kan’ je (met begeleiding) met het openbaar vervoer? Een blinde kan ook met openbaar vervoer, een rolstoel kan ook in een stadsbus. Is het praktisch? Is het prettig? Is het in het belang van het kind? Nee, verre van, vermoed ik, maar het kan wel als je er objectief naar kijkt. Toch zullen dit de situaties zijn waar u in uw verordening op doelt, waarvoor u een uitzondering wil maken. Wat ik niet begrijp, is waarom de ‘ontwikkelingsstoornis’ – de GGD-arts is overigens het meest belangrijke woord vergeten, de pervasieve ontwikkelingsstoornis zoals autisme ook wel wordt genoemd. Dat betekent dat het indringend en belemmerend aanwezig is in alle aspecten van zijn leven- van mijn kind (en vele zoals hem) niet als eenzelfde soort beperking wordt gezien.

Stelt u zich eens voor: u bent in Peking. U spreekt niet de taal, u kunt de tekens niet lezen, u kent niet de gebruiken van de inwoners. Dan moet u alleen in een auto een half uur door de stad rijden om op uw werk te komen. U weet ook niet of de remmen het wel doen, of de auto het wel zal blijven doen. Maar toch moet u op pad. Om u heen krioelen andere weggebruikers, die regels volgen waar u niet van op de hoogte bent. Er wordt naar u getoeterd, maar u begrijpt niet waarom. U schrikt omdat u plots rechts wordt ingehaald. Er wordt woest naar u gebaard, u heeft blijkbaar een fout gemaakt. Er gebeurt iets voor u en u wil remmen, maar de auto weigert. U wijkt uit, maar botst dan bijna tegen een vrachtauto. Er wordt weer getoeterd en het begint te regenen. U weet niet waar de ruitenwisser zit en terwijl u daar naar zoekt, botst u bijna tegen een scooter die u niet had gezien. De auto heeft geen airco en het begint aardig warm te worden. U wordt plakkerig van het zweet. Dan lijkt het erop dat u een belangrijke afslag heeft gemist en beseft u dat u geen idee heeft waar u nu bent. En omdat u de taal niet spreekt, kunt u ook geen aanwijzingen vragen.

Bent u al gefrustreerd? Geïrriteerd? Angstig? Boos? Moe? Door alle onduidelijkheid? Onzekerheid? Alle energie die het u kost om overal uw aandacht bij te houden, bij al die onbekende, beangstigende en onverwachte gebeurtenissen? Zou u dit iedere ochtend en middag opnieuw willen ervaren, 5 dagen in de week? Week in, week uit? Ik vermoed van niet. Maar dit is namelijk wat u wel van mijn zoon verlangt. Dat hij iedere dag met het openbaar vervoer een dik half uur heen en dik half uur terug naar school gaat, terwijl dit voor hem voelt als zo’n ritje Peking.

Alle prikkels van buitenaf komen bij mijn zoon zonder filter binnen, non-stop. U weet het misschien niet, omdat uw brein getraind is om te negeren wat we niet belangrijk vinden, maar we krijgen heel veel prikkels tegelijk binnen. Alle tastprikkels van uw kleding, van de stoel waarop u zit, alle visuele prikkels van uw omgeving, alle geuren, de temperatuur, alle geluiden. Het merendeel hiervan dringt niet eens tot uw bewustzijn door. Het wordt gefilterd, gescheiden in hoofd- en bijzaken. U hoeft alleen maar aandacht en energie te besteden aan de belangrijke prikkels. Mijn zoon heeft geen filter, weet ook niet hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Hij gaat dus met alle prikkels ‘aan de slag’ alsof het belangrijke werkstukken zijn. Puzzelen noemen ze dat. Dat vergt tijd en energie. En omdat mijn zoon –net als wij allen- geen superman is, is de hoeveelheid energie eindig. Omdat hij  –net als wij allen- niet in staat is om een puzzel van 1000 stukjes in 2 minuten te leggen, voelt hij zich het meest prettig bij een omgeving waarin hij maar weinig prikkels krijgt. Waarin alles hetzelfde is, herkenbaar is, voorspelbaar is, want dan hoeft hij minder te puzzelen. En hoeft hij zich niet zo uitgeput te voelen.

Als u dan op die manier nadenkt over een ritje in een stadsbus, dan hoop ik dat u ziet wat voor overweldigende hoeveelheid prikkels dit voor hem is. En dat dit, in tegenstelling tot wat u in uw brief suggereert, echt niet te vergelijken is met aangepast vervoer in een taxibusje. Iedere rit andere mensen (met dus ook andere stemmen, andere bewegingen, andere geuren) die naast je komen zitten, die tegen je aanbotsen, tegen je praten. Iedere rit een andere chauffeur, niet weten of je op dezelfde plek kunt zitten, of je überhaupt kunt zitten. Iedere rit een komen en gaan van mensen bij alle bushalten, waar de bus soms wel en soms niet zal stoppen. Iedere rit wachten bij een bushalte, met onbekende mensen die wel of niet in dezelfde bus meegaan, wachten op een bus die misschien wel of niet op tijd komt of misschien gewoon doorrijdt omdat hij vol is. Voordat mijn zoon op school aankomt, is hij al uitgeput van alles wat hij heeft moeten puzzelen –maar wat hem nog niet gelukt is, want door zijn verstandelijke beperking kan hij niet snel puzzelen. En dan heeft hij nog een hele dag prikkels, inclusief eenzelfde soort terugreis, in het verschiet. Wat een uitputtingsslag!

Durft u nu nog te beweren dat hij met het openbaar vervoer kan? Dat de ‘ontwikkelingsstoornis’ niet ter zake doet? U ontneemt hem belangrijke mogelijkheden om zich op school te ontplooien, om te genieten van het leven, om te kunnen spelen, om te groeien. Een uitgeput kind kan zich niet ontwikkelen, kan slechts overleven. U geeft mij wat onkostenvergoeding en zegt: los het maar op. Dat ik werkzaam ben, dat ik ook nog andere kinderen moet verzorgen vindt u al helemaal niet relevant waardoor ook wij slechts kunnen overleven op het randje van overbelasting. U mag dan deze slag gewonnen hebben, ik geef me nog niet over. Wij zullen blijven vechten voor het welzijn van onze zoon en ons gezin. Dus u hoort nog van ons.

Hoogachtend,

Een bezorgde moeder

 

Advertenties

6 gedachtes over “Geachte burgemeester

  1. Wow! Heb ademloos zitten lezen. Wat treffend weer, en schrijnend, en onterecht, en onmenselijk, en schadelijk, en… en… en… Het zou niet moeten mogen, dit. Heb je deze brief daadwerkelijk verstuurd? Dan hoop ik dat een mens hem leest en niet weer zo’n bureaucratische centenkijker. Heel veel succes en sterkte met alles. Ik ga je blog weer delen hoor!

  2. Pingback: Bij de rechtbank | autimama79

  3. Pingback: Taxiperikelen | autimama79

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s