Fiepen

Preoccupatie (de (v.)) bovenmatige, haast uitsluitende belangstelling in een wetenschap, hobby of activiteit samen met dwangmatig gedrag op het gebied van de motoriek of psychomotoriek

IMG_1857

“Mama, wanneer krijg ik een kopie?” Christian kijkt me aan met zijn grote blauwe ogen. Ik ben verre van vertederd, nee, ik sta op het punt te gillen van frustratie. Ik wil tegen hem schreeuwen ‘Hou nu verdomme eens op over die verrekte kopie!’, maar ik kan nog genoeg rust bewaren om te zeggen, voor de zesde keer: “Wat hebben we afgesproken over de kopie?” Christian fronst, werpt een vluchtige blik op het planbord en mompelt dan ontstemd: “Donderdag. Donderdag krijg ik een kopie.” Ik tel tot tien en ik word niet teleurgesteld. Bij vijf zegt Christian al half huilend: “Maar dat duurt zo lang!” en werpt zich languit op de grond. De onrust in zijn lijf en in zijn geest is bijna tastbaar. Dwangmatig is hij op zoek naar houvast, naar veiligheid, naar rust en is zijn geest vervuld van de ‘kopie’, zijn huidige preoccupatie. In jargon wordt dit ook wel een fiep genoemd.

De meeste mensen zullen een fiep kennen als ander woord voor speen. Hoewel ik dit nergens terug kan vinden, neem ik aan dat de autistische fiep hier zijn naam aan ontleent. Een baby die ongemak voelt, vindt troost, veiligheid en rust bij het zuigen op een speen (of tepel natuurlijk. Of duim). De spanning in het lijfje neemt af, ze komen tot rust. De fiep van een autistisch kind heeft een zelfde werking. Door bezig te zijn –geestelijk of lichamelijk, of allebei- met vertrouwde en voorspelbare activiteiten of onderwerpen, eventueel met rituele handelingen of bewegingen erbij, proberen ze feitelijk spanning te verminderen, zich beter te voelen. Zichzelf te sussen. Op een aangename manier bezig te zijn.

Een van de kenmerken van autisme is een grote interesse in een beperkt aantal onderwerpen. Soms wordt dit ook wel een fixatie genoemd. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Toen Christian klein was, hadden auto’s en ballen en later ook dieren zijn interesse. En het enige wat hij daar mee deed was op een rijtje zetten en gooien –ja, ook met de auto’s. In die tijd (3 jaar oud) herkende hij ook het merendeel van automerken en kon hij ze feilloos aanwijzen als we op straat liepen of in auto zaten: “BMW! Mercedes! Peugeot!” Daar hield hij zich mee bezig zodra we buiten waren. Het was ook eigenlijk het enige dat hij zei als we buiten waren, hij leek alleen maar op auto’s te letten. Knap hoe hij ze in een flits uit elkaar kon houden en bijna altijd bij het rechte eind had. Een ‘vaardigheid’ die hij nu niet meer bezit, overigens. Dat staat ook beschreven over de ‘fiep’. Als het hun interesse verliest, kunnen ze ook hun kennis erover weer vergeten.

Maar waar ligt te scheidslijn tussen interesse en fixatie? Tussen fixatie en preoccupatie? Tussen preoccupatie en obsessie? Een andere fixatie van Christian waren letters en woordjes toen hij net leerde lezen op school. Het enige dat hij over school kon vertellen waren de nieuwe woordjes die hij had geleerd, hij wilde eindeloos letters en woordjes stempelen –schrijven kon hij toen nog niet- en hij heeft ettelijke keren door de huiskamer geijsbeerd: “M-aa-n, maan! Ik zie de aa. Hakken! Plakken!” Pas toen ik op youtube de filmpjes van de ‘kernen’ (lesmethode Veilig Leren Lezen) voorbij zag komen, begreep ik dat hij woord voor woord –inclusief geluidseffecten- deze filmpjes napraatte, zoals hij ze ook in de klas had gezien. De fixatie heeft hem vast enorm geholpen met het leren lezen, hij herhaalde het dag en nacht en herhaling is belangrijke manier om iets te leren. Maar dit was wel de eerste keer dat het me een ongemakkelijk gevoel gaf. Hij stond op met woordjes in zijn hoofd, hij ging naar bed met woordjes in zijn hoofd. Er was geen ruimte voor iets anders en dit was de eerste keer dat het woord ‘obsessief’ bij me op kwam. Een ongezonde intensiteit, die hem in zijn greep hield. Ik ben ook wel eens midden in de nacht wakker geworden, dat ik hem aantrof aan de eettafel om 3:00 uur dwangmatig het alfabet aan het opnoemen was, terwijl hij de letters stempelde. Zelfs in zijn slaap lieten de letters en woordjes hem niet met rust.

Zijn huidige fiep, de ‘kopie’ begon heel onschuldig. Hij wilde een plaatje van een tekenfilm en samen zochten we er een uit op internet. Ik printte deze in kleur uit en knipte de figuren los van elkaar, waarna hij er scenes mee ging naspelen. Een aangename middag. Niet lang daarna vroeg hij om een nieuwe kopie van andere tekenfilm figuren. Geen enkele reden om hier niet aan mee te werken. Als ik nee zei, bedacht hij alternatieven. Natekenen? Een echte kopie met kopieerapparaat? Een eerste keer zie je daar ook geen kwaad in en voelt het als een kleine moeite. Dus ik tekende figuren van cars na, maakte kopieën van DVD-hoesjes en desgevraagd knipte ik alles. Ook doosjes en verpakkingen van buurman en buurman koekjes, planes koekjes.

Maar al snel begon de ‘kopie’ een eigen leven te leiden. Hij vroeg iedere dag, dertig keer per dag, om een kopie. Zijn eerste vraag in de ochtend ging over de kopie, zijn laatste woorden tegen ons in de avond betroffen de kopie. Zijn verzameling ‘kopie’ bestond inmiddels uit talloze stukjes papier, die allemaal bewaard moesten blijven, bij elkaar gezocht moesten worden –waar hij zelf het overzicht voor miste- en die aangevuld moesten worden met andere knipsels. Omdat hij zelf nauwelijks kan knippen en in feite niets van dit ‘ritueel’ zelf kon doen, was de druk op mij hoog. Het liefst wilde hij dat ik te pas en te onpas op commando knipte, tekende, uitprintte, zocht, sorteerde, plakte –allemaal activiteiten die hij zelf niet kon door gebrekkige motoriek, gebrekkig overzicht etc. Hij wilde buurman en buurman knipsels, telkens weer nieuwe, zelfs al zaten er al tien in zijn envelop, waar ik zijn knipsels in bewaar. Het werd me duidelijk dat het hem niet eens meer om de speelfiguren ging, maar om de rituele handelingen, in een vaste volgorde. De tijd dat hij daarna kon spelen met zijn ‘nieuwe’ knipsels werd korter en korter, zijn gedrag dwangmatig, obsessief, en ik werd er helemaal gek van. Ik vermoed hij zelf ook, want erg gelukkig leek hij er niet meer mee te zijn, maar iets dreef hem voort, maakte het hem onmogelijk om het los te laten.

In overleg met onze gezinsbegeleidster besloten we daarom een streep er door te zetten, abrupt afkappen. Geen kopie, geen natekenen, geen knippen. Basta. Het wordt me niet in dank afgenomen. De eerste dagen leverde het een paar fikse driftbuien op, waarbij speelgoed, schoenen en meubilair door de kamer vlogen, maar voor de gezondheid van mezelf én van hem heb ik volgehouden. Het heeft deels geholpen. Hij is nog steeds erg gefixeerd op knippen, plaatjes van tekenfilmfiguren –hij is in staat om de hele prullenbak leeg te halen op zoek naar die ene verpakking van dat ene planes koekje omdat hij het wil knippen- en ‘speelt’ met zijn verzameling papiertjes. Maar goed. Door mijn weigering is hij nu wel zelf aan het knippen geslagen, wat bekeken vanuit zijn fijn motorische ontwikkeling, zijn zelfvertrouwen, zijn zelfredzaamheid een mooie ontwikkeling is. Ik probeer dat maar als lichtpunt voor ogen te houden. Er zal vanzelf weer een nieuwe fiep komen en je weet maar nooit wat je dan krijgt…

2 gedachtes over “Fiepen

  1. Pingback: Op een rijtje | autimama79

  2. Pingback: Kalender | autimama79

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s