Geachte burgemeester (2)

Geachte burgemeester en wethouders van mijn gemeente,

Zoals ik al had aangegeven in mijn schrijven d.d. 15 november 2014, heb ik het er niet bij laten zitten. Uw inflexibele en achteloze afwijzing van aangepast leerlingenvervoer voor mijn zoon lieten mij geen keuze. Een taxibusje is geen luxe die we wel makkelijk vinden, maar een essentieel onderdeel van een veilige omgeving waar mijn zoon zich optimaal kan ontplooien. Als iedere ouder wil ik het beste voor mijn kind en als daarvoor een gevecht nodig is, dan kunt u dat krijgen. Ik heb uw medewerkster van juridische zaken weer getroffen, ditmaal in de rechtszaal en we hebben de rechter gevraagd zich over deze kwestie te buigen. Om een uitspraak te doen of u uw eigen verordening wel naar eer en geweten heeft toegepast.

Op 18 juni 2015 heeft de rechter zich hier over uitgesproken. U zult inmiddels via Juridische Zaken al op de hoogte zijn gebracht van die uitspraak. Waarin de rechter, zacht gezegd, de vloer aanveegt met uw kortzichtige en onmenselijke redeneringen en ons –eisers- in het gelijk heeft gesteld. Uw originele beschikking is vernietigd, u bent veroordeeld tot het betalen van de proceskosten en de griffierechten en u heeft nu 4 weken de tijd om een nieuwe beslissing te nemen. Wij hebben gewonnen. En ik weet dat slechts een paar weken eerder, in een vergelijkbare zaak, de rechter ook de eisers in het gelijk heeft gesteld. Ik hoop dat er de komende weken, maanden, jaren nog meer rechtszaken zullen volgen en u zullen dwingen om eens heel kritisch te kijken naar uw eigen verordening.

Want daar begint het al. U heeft in uw verordening vastgelegd dat aangepast leerlingenvervoer toegekend kan worden indien er sprake is van een verstandelijke, lichamelijke, of zintuiglijke beperking die het reizen met openbaar vervoer –met begeleiding-  onmogelijk  maakt. Het zal u vast heel handig uit komen dat u hiermee in één klap alle kinderen met ‘slechts’ psychiatrische problematiek kunt uitsluiten. Mijn gok is dat er in de meerderheid van de aanvragen die u voor leerlingenvervoer ontvangt sprake is van dergelijke problematiek. Een mooi staaltje bezuinigingen, dat de groep waar een voorziening voor is bedoeld, eigenlijk bij voorbaat al uitgesloten wordt. Uw jurist verschuilt zich hier ook heel comfortabel achter. De pervasieve ontwikkelingsstoornis van mijn zoon valt niet in uw selectieve rijtje en dus is het bewuste artikel van de verordening per definitie niet van toepassing. Lekker makkelijk.

Gelukkig dat Den Haag het niet met u eens is, gelet op de woorden van de rechter: “…wetsbepalingen met betrekking tot passend onderwijs (Variawet passend onderwijs en kwaliteit (v)so) (vergaderjaar 2013-2014, Kamerstuk 34022 nr. 3), is uiteengezet dat het nimmer de bedoeling is geweest van de wetgever om leerlingen met een psychische beperking uit te sluiten. Centraal staat het feit dat een leerling vanwege een handicap niet in staat is zelfstandig naar school te reizen en dat de aard van de handicap daarbij ondergeschikt is.” Met andere woorden, geachte burgemeester, er bestaan ook psychische handicaps en deze zijn niet meer of minder dan een lichamelijke beperking. Of verstandelijke. Of zintuiglijke. Een herziening van uw verordening lijkt me meer dan rechtvaardig.

Maar ik moet u wel feliciteren met de kwaliteit van uw jurist. Wonderbaarlijk hoe ze feiten die recht zijn, volledig krom kan redeneren. Hoe creatief ze is geweest in het verzinnen van andere argumenten om in uw naam het gelijk te halen. Ik noem een paar ‘pareltjes’ die ouders zoals ik –worstelend, vechtend voor het welzijn van mijn kind, dag in, dag uit, tegen mensen zoals u- vervullen van woede, onmacht en frustratie. Het medische talent van uw jurist: “Maar elke vorm van vervoer veroorzaakt prikkels, ook aangepast vervoer.” Het legt op iedere slak zout talent: “Uit advies blijkt dat het reizen met openbaar vervoer een ongunstig effect ‘lijkt te kunnen hebben’. Dit hoeft echter niet.” Het uit verband rukken van zaken talent: “De mogelijkheid dat Christian zich onvoldoende kan concentreren op school moet niet doorslaggevend zijn voor de vorm van leerling vervoer.” En de ultieme dooddoener: “U bent niet verplicht uw kind met openbaar vervoer naar school te brengen. U mag de vergoeding ook op andere wijze inzetten.”

Ik ben blij dat de rechter ook moeite had met dit verweer. “…ziet de voorzieningenrechter niet hoe verweerder –gelet op de inhoud van het deskundigeadvies- tot een ander oordeel zou kunnen komen.” Nee, dat konden wij nu ook niet. De rechter herinnert u er even fijntjes aan dat het leerlingenvervoer een middel is om een doel te bereiken, namelijk het effectief volgen van lessen. Het is zeker geen doel an sich. De laatste woorden van betreffende paragraaf doen mij nog het meeste goed: “…merkt de voorzieningenrechter op dat evident is dat eiser door meerdere gebeurtenissen op een dag overprikkeld kan raken […] heel belangrijk is voor eiser om zoveel mogelijk voorspelbaarheid in zijn dagelijkse routine in te bouwen.” Ja! Dat leek mij ook erg ‘evident’, zodanig dat het mij vanaf het begin heeft geschokt dat u, burgemeester en wethouders, hier zo nonchalant en kortzichtig in hebben geoordeeld. In het belang van financiën. Bezuinigingen die u over rug van kwetsbare burgers doorvoert.

Het stemt me verdrietig dat u, als gemeente, door nieuwe wetten vanuit Den Haag inmiddels nog meer macht heeft gekregen om het leven van mijn zoon via uw beleid te raken. Of mag ik zelfs zeggen, te bepalen? U begrijpt hoe weinig vertrouwen we in u hebben na deze gang van zaken. We zouden het graag zonder u doen, maar een zorgintensief kind opvoeden is moeilijk zonder voorzieningen, waarvoor we dus toch bij u zullen moeten blijven aankloppen. Ik heb niet de illusie dat mijn stem uw beleid gaat veranderen, maar ik zal niet zwijgen. Ik zal blijven vechten voor mijn zoon, voor mijn gezin als dat nodig is en als het moet zie ik u ook rustig weer bij de rechtbank. En wie weet. Misschien win ik dan weer. Het is maar dat u het weet.

Hoogachtend,

Een voldane moeder

Advertenties

Naschoolse dagbehandeling

“Nee! Neeeeeee! Ik wil bij mama blijven!” Christian snikt het uit, slaat gefrustreerd in de lucht om zich heen en schopt tegen het dashboardkastje. Ik hoor de tranen, ik hoor de paniek en mijn hart breekt. Met moeite slik ik mijn eigen tranen weg en worstel met mijn twijfels. Wat doe ik hem aan? Hebben we wel de juiste keuze gemaakt? We zitten in de auto, voor de tweede dag op weg naar de Regenboog, de naschoolse dagbehandeling van Gastenhof, en hij is al bijna twintig minuten overstuur aan het huilen en schreeuwen. In antwoord op onze hulpvraag –namelijk dat Christian al lange tijd overvraagd wordt en wij met school ernstig van mening verschillen wat daar de oplossing voor moet zijn- heeft de psychiater breed ingezet om beter beeld te kunnen krijgen van de behoeften van mijn zoon. Naast ophoging van medicatie naar de maximale dosering, verlagen van tempo op school, doorzetten van intensieve thuisbegeleiding, stelde hij voor om Christian te observeren op ‘zijn’ naschoolse dagbehandeling. Hoewel het voorstel hard binnen kwam, gingen wij zeker akkoord. Als het maar werkt, vinden wij alles goed. Het moeizame traject met gemeente om financiering voor deze dagbehandeling los te krijgen heeft vier maanden gekost, maar nu is het eindelijk zover.

“Zo, vertel eens, wat is jullie vraag aan ons?” heeft begeleidster van de groep gisteren bij de officiële start gevraagd, nadat de koffie ingeschonken was. We leggen uit dat wij denken dat hij ernstig overvraagd en overschat wordt op school en dat wij hem het liefst op een lager niveau school willen hebben, maar dat school vindt dat alles goed gaat –omdat cito resultaten goed genoeg zijn- en het probleem niet ziet. En dat de kinderpsychiater hem graag geobserveerd wilde hebben om beter zicht op hem te krijgen. Persoonlijk heb ik één dringend verzoek: ik wil dat hij eindelijk, voor het eerst, eens officieel getest wordt op sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau. Zodat we dat als ‘wapen’ kunnen inzetten op school, want vooral ook op dat vlak wordt Christian –vermoed ik- erg overschat. De inschatting van onze thuisbegeleidster is dat hij op dat vlak op zijn best ongeveer 2-3 jaar is en op zijn slechte momenten terugvalt naar 18 (!) maanden. En dat voor een jongen die officieel ruim 8 jaar is.

“Goh, dat maken we toch niet vaak mee, dat ouders vinden dat hun kind overschat wordt.” zegt de begeleidster dan en kijkt haar collega aan, die ook enigszins verwonderd knikt. “Meestal moeten wij ouders juist laten inzien dat hun kind echt een stap terug moet doen. Is het juist school die aan de bel trekt dat het echt niet gaat.” Er worden dingen genoteerd en begeleidster kijkt met een frons op als ik mijn verzoek verwoord. “Is er echt nog nooit gekeken naar sociaal emotionele ontwikkeling?” vraagt ze ongelovig. Wij beamen en ze kijkt bedenkelijk naar haar collega. “Is dat niet iets wat school normaal zou moeten doen?” vraagt  ze zich dan hardop af. Mij maakt het nu niet meer uit wie of wat, als het maar binnenkort gaat gebeuren. De begeleidsters wisselen weer blikken en kordaat merkt de eerste dan op: “Nou, daar zullen we dan spoed achter zetten, want dat is wel belangrijk. Als hij echt sociaal-emotioneel maar 2-3 jaar is, dan doen we hem met deze groep waarschijnlijk ook geen plezier. Dan zit hij hier niet op de juiste plek.” Een deel van mij wil gillen van frustratie –serieus!? na alle moeite die we hebben gedaan om de dagbehandeling te realiseren?- maar het gaat nu om het belang van Christian en dat er zo snel mogelijk een goede oplossing voor hem komt.

Ik laat hem achter met een steen in mijn maag, die eerste dag. Twijfels overspoelen mij. Hij is een van de jongste in deze groep voor kinderen van 8 tot 16 jaar. Mijn kwetsbare mannetje tussen pubers met gedragsproblemen? Na alle drukte van school –waarvan ik denk dat hij overspannen is- ga ik hem ook nog dwingen 4 dagen in de week tot 18:30 uur in een groep te functioneren. Zal dit geen uitputtingsslag voor hem worden? Kan hij haar daar überhaupt de energie voor opbrengen en gaat het ons dan wel verder helpen?

Zijn paniek in de auto op de tweede dag gaat me door merg en been en legt mijn twijfels genadeloos bloot. Ik discussieer met mezelf –hoe makkelijk zou het zijn om de auto om te draaien en naar huis te gaan!- maar we zijn een ‘overeenkomst’ aangegaan, een verplichting op het moment dat we de behandelovereenkomst tekenden, dus wegblijven is niet zo maar een optie. Ik zet de auto stil op de parkeerplaats en Christian zet zich letterlijk schrap. Die krijg ik niet eens de auto uit, flitst er door mijn hoofd en de moed zakt me in de schoenen. Maar nog voor ik kan besluiten welke actie ik dan moet nemen, gaat bij Christian abrupt de knop om. Hij stapt opeens uit en beent weg richting de groep. Zonder iets te zeggen, zonder ook maar een blik in mijn richting. Op een holletje ga ik hem achterna en hij banjert schijnbaar onbezorgd de groep in, zegt wat mat ‘hallo’ en begint rondjes te draaien met zijn planes-vliegtuigjes in zijn handen. Hij oogt nonchalant en rustig, maar mijn geoefende oog ziet dat hij zich volledig heeft teruggetrokken in zijn eigen wereldje. Standje ‘zombie’ zeg ik dan altijd maar. Helaas moet ik erkennen dat het oppervlakkig gezien uitziet alsof er niets aan de hand is. Nergens is nog aan te merken dat hij net twintig minuten lang in de auto volledig uit zijn dak is gegaan in blinde paniek. Ongemakkelijk neem ik afscheid, maar Christian merkt het nauwelijks op.

‘Misschien dat het je geruststelt, Christian heeft een prima dag gehad. Hij oogt helemaal niet vermoeid of gespannen.’ lees ik later terug in het heen-en-weer-schriftje dat met hem mee naar huis gekomen is. Nee. Dat stelt me helemaal niet gerust. Het bevestigt zelfs mijn angst: hij gaat op die groep –net als op school- ook niet het gedrag laten zien waar het wat ons betreft om draait. Iedere dag die hij ‘prima’ –aangepast- doet op de groep, twijfel ik meer of deze dagbehandeling wel een goede zet is. De uitputtingsslag waar ik voor vreesde, kondigt zich snel aan. De momenten dat hij thuis is –en dan met name de weekenden- worden iedere week moeilijker. Hij klaagt ontzettend veel over buikpijn en hoofdpijn, voelt zich ziek, is doodmoe, lusteloos, huilerig en loopt met zijn ziel onder de arm. Hij wil niets –al helemaal niet naar school, want rekenen is zo moeilijk- en ziet er met vlagen zo ongelukkig uit, is zo mat en stil, dat ik me langzaam begin af te vragen of hij inmiddels niet depressief geworden is van het eindeloos op zijn tenen lopen. En dat we hem met de dagbehandeling nog even ‘lekker’ dat laatste zetje hebben gegeven.

Drie weken na start van dagbehandeling, trek ik overal aan de bel en maak ook vooral veel filmpjes, om als ‘bewijsmateriaal’ in te kunnen brengen en te illustreren hoe hoog de nood inmiddels is. Dat er nu echt ergens het roer drastisch om kan en wij eindelijk een gelukkiger en rustiger kind kunnen zien, dat niet hoeft te lijden. Morgen begint onze kruistocht met een eerste spoedoverleg op de dagbehandeling. Ik hoop dat er daarna nog snel meer zullen volgen, zodat we –op korte termijn- dit gevecht zullen winnen en Christian eindelijk de ruimte krijgt om te ontspannen. En misschien in de toekomst iets kan krijgen dat lijkt op een gelukkige, onbezorgde jeugd?