Passend onderwijs

“Welkom, allemaal! Wat fijn u te zien op deze algemene ouderavond.” De juf heeft ons vriendelijk ontvangen en ik ben -automatisch- op de stoel gaan zitten waar de naam van Christian op geplakt zit. Ik kijk even om me heen. Als je kind met een taxibusje naar speciaal onderwijs gaat, dan zie je eigenlijk nooit andere ouders. We kijken allemaal naar elkaar, misschien allemaal met dezelfde gedachte: “Ah! Ben jij nu de ouder van…?” We zijn een klein groepje, want Christian zit in een klein klasje. Slechts 7 kindjes. Toen ik dit nieuws voor de zomervakantie hoorde, was ik erg in mijn nopjes. Fijn. Weinig kinderen, weinig drukte, het klonk lekker prikkelarm. Na afloop van deze ouderavond heeft het zijn glans verloren en blijf ik zitten met een wat onzeker, knagend gevoel.

De juf begint te vertellen wat ze zoal doet, hoe het programma voor de kinderen eruit ziet. Ik luister geïnteresseerd en blader mee in de hand-out die we hebben gekregen. Op het einde is het weekprogramma toegevoegd en ik zie een ingewikkeld schema met vooral ook veel namen van kinderen, ook die niet in de klas zitten. Juf begint uit te leggen. Het blijkt dat de school met de invoering van Passend Onderwijs de organisatie van de lessen drastisch heeft aangepakt. Vorig jaar hebben ze nog een uitzondering gemaakt voor de auti-klas, maar dit jaar moeten ze gewoon mee in deze aanpak. De kinderen zitten allemaal in een stamgroep, wat eigenlijk hun eigen ‘klas’ is, maar taal en rekenen moeten ze vooral op hun eigen niveau aangeboden krijgen. Kinderen van eenzelfde niveau worden schoolbreed -vanuit alle klassen- bij elkaar gezet en dan na een les gaan ze weer terug naar hun eigen klas.

Dus ze beginnen de ochtend taal. De juf van Christian is de juf die schoolbreed de lesstof van begin groep 3 aanbiedt. In de klas van Christian zijn drie kinderen van dat niveau en er komen een zevental kinderen uit andere stamgroepen ook naar het lokaal van Christian, uitsluitend dus voor de taalles. De drie andere klasgenootjes van Christian hebben een ander niveau en verlaten dus de klas om in een andere stamgroep met andere kinderen taalles te volgen. De rekenles wordt precies hetzelfde ingedeeld, uitgaande van niveau. Het is dus een komen en gaan van leerlingen, die door de school van ene klaslokaal naar andere gaan, telkens met andere kinderen en een andere juf. Een situatie die een gemiddelde leerling in Nederland pas op de middelbare school tegenkomt. Wat een gedoe, is mijn eerste gedachte. Maar ook respect voor de leerkrachten. Dit zal ook voor hun een aardige omschakeling zijn. En blijkbaar de enige manier om het onderwijs geregeld te krijgen binnen het huidige klimaat van (verkapte) bezuinigingen.

Erg auti-proof is het niet, dergelijk wisselingen en veranderingen, dag in, dag uit. Voor Christian is een flink bediscussieerde uitzondering gemaakt. Juist omdat hij erg kwetsbaar en prikkelgevoelig is, met name als het gaat om andere -onbekende- kinderen. Hij hoeft niet ‘te verkassen’ voor zijn taal- en rekenles, hoewel dat dus eigenlijk op grond van niveau -hij zit op midden groep 3 niveau- wel zou moeten. Hij krijgt dus in feite individueel les van zijn eigen juf. We zijn erg dankbaar dat voor hem deze oplossing bedacht is en het is dankzij zijn goede werkhouding en redelijke zelfstandigheid op dat gebied dat het überhaupt mogelijk is. Terwijl de juf aan het klasje kinderen haar les geeft, zit Christian in het lokaal er naast in zijn eentje zijn eigen les te maken. De tussendeur is open en de juf schippert dus heen en weer tussen Christian en haar klasje. Want geld voor een onderwijsassistent is er maar enkele uren per week. Een klas van 7 kinderen heeft eigenlijk helemaal geen ‘recht’ op een extra kracht in de klas als het aan het ministerie ligt, dus gelukkig voor de juf dat school haar nog een beetje tegemoet komt met die paar uur.

Er zit één schoolverlater in de klas, een jongen die 12 jaar zal worden en automatisch naar het voortgezet onderwijs zal doorstromen aan het eind. “En tot op heden is er geen enkele nieuwe instroom.” hoor ik de juf zeggen en besef dat ze gelijk heeft. Christian is de laatste die aan de klas is toegevoegd, een jaar geleden, maar verder… niets. Ik frons. Het is toch gek. Ik neem even aan dat kinderen zoals Christian ieder jaar geboren worden en dat er, zoals de jaren ervoor, een redelijk stabiele stroom van kinderen zou moeten zijn. Van kinderen die meest gebaat zouden zijn bij deze opzet van onderwijs. Passend Onderwijs blijkt dit heel abrupt gestopt te hebben. Ik kan niet nalaten om deze gedachte hardop uit te spreken, waar blijven die kinderen dan? Die voorheen op deze school gekomen zouden zijn? De juf kijkt wat triest. “We denken dat deze zo lang mogelijk binnen het reguliere onderwijs gehouden worden, tot ze daar compleet vastgelopen zijn.” Ze zwijgt verder, maar in mijn hoofd hoor ik haar de gedachte afmaken die haar blik me vertelt. Totdat er misschien wel onherstelbare schade is aangericht. Totdat kinderen getraumatiseerd zijn en een succesvolle schoolcarrière nog moeilijk te realiseren is. Mijn hart bloedt voor deze kinderen. En hun ouders.

De ouderavond wordt op een plezierige manier afgesloten, ik bewonder nog wat werkjes van mijn eigen kind, maar in de auto terug naar huis laat het gebrek aan nieuwe instroom me niet los. Ik besef dat dit niet alleen gevolgen kan hebben voor de naamloze kinderen ergens ploeterend op reguliere onderwijs, maar ook voor mijn eigen kind. Stel dat er echt geen nieuw kind meer bij komt? Stel dat ze volgend jaar met 6 -of minder!- kinderen overblijven? Heeft de school nog wel de financiële middelen om één leerkracht te zetten op een mini-klasje van 6 kinderen? Als het antwoord ‘nee’ is, wat gebeurt er dan met het mini-auti-klasje? Herverdeeld over de ‘gewone’ groepen? En waar blijft dan de autisme expertise waar de school mee adverteert? Ik besef dat de toekomst onzeker is en mijn kwetsbare kind wellicht nog grote veranderingen voor de kiezen krijgt, waar we voor Eveline in regulier onderwijs niet bang voor hoeven te zijn. Het is dus maar de vraag hoe passend Passend Onderwijs gaat zijn voor de kinderen die het meeste maatwerk nodig hebben. Tja, we zullen zien bij de volgende ouderavond. Time will tell…

 

Advertenties