Groot maar toch klein

“Mama? Ik weet het! Ik wil me verkleden als Brandweerman Sam!” Christian is zichtbaar in zijn nopjes en heeft enorm zin in carnaval. Verkleden en doen alsof vindt hij prachtig. Zijn gezichtje straalt en ik voel een kleine steek in mijn hart als ik hem moet teleurstellen. “Lieverd, die hebben ze niet in jouw maat.” leg ik hem uit en zoals verwacht betrekt zijn snoetje meteen. Zijn ogen schieten van links naar rechts en wiebelend op zijn benen bijt hij zachtjes in zijn vingers. Ik zie de radertjes in zijn hoofd draaien terwijl hij deze tegenslag verwerkt. “Nou, dan wil ik Spiderman zijn.” zegt hij na vijf minuten en ik zie dat hij hernieuwd enthousiasme krijgt bij dat idee. Ik weet eigenlijk al wat ik hem moet vertellen, maar ik zoek toch op internet. Zoals te verwachten geen maat 158/164 te verkrijgen en bij de volwassen mannen kostuums is de kleinste maat M, wat toch echt nog te groot zal zijn. Ik moet hem weer teleurstellen. Zijn zusjes hebben zonder moeite precies dat verkleedsetje kunnen krijgen waar ze hun zinnen op hadden gezet, omdat het aanbod aansluit bij hun (cognitieve) leeftijd. Maar Christian is te groot voor alles waar zijn hartje sneller van gaat kloppen. Groot, maar toch klein.

“Mama? Ik wil ook spelen!” Ik knik en Christian rent zijn zusjes achterna. Ze klimmen allemaal in een soort binnenspeeltoestel bij de MacDonalds. Ze maken veel lawaai -nou ja, vooral hij omdat hij luidkeels zijn filmpje aan het spelen is-  en ik hoop maar dat de andere gasten zich er niet teveel aan storen. Mijn blik valt op een plakkaat naast het speeltoestel. Voor kinderen tot 10 jaar of maximaal 1.30 m. Hmm. Door het doorzichtige plexiglas zie ik mijn 10-jarige van 1.50 m onhandig door de gaten en gangetjes kruipen en besef dat hij eigenlijk te groot geworden is. Ik zie ook hoe een klein peutertje hem in de gaten houdt. Angstig? Nieuwsgierig? Zit Christian in de weg? Ik besef dat het netjes is tegenover de kleine kinderen -en hun ouders- als ik mijn reusje uit het speeltoestel haal. Tegelijkertijd weet ik dat Christian enorm geniet van zijn spel en niet goed zal begrijpen waarom ik hem zijn plezier ontzeg. Tenslotte is dat deel van hem ook nog gewoon een kleuter. Voor ik tot actie kan overgaan, vertrekt het peutertje weer met zijn ouders en zijn mijn drie kinderen alleen in het toestel. Ik besluit daarom niets te doen en Christian lekker te laten spelen, maar weet dat ik er een volgende keer niet onderuit kom. Groot, maar toch klein.

“Mama? Ik moet plassen.” zegt Christian. Ik neem hem bij de hand richting de toiletten. Voor de deuren blijf ik staan. Even schiet mijn blik van het damestoilet naar het herentoilet, maar een fractie van een seconde later besef ik dat er geen echte keus is zonder mijn man erbij. We lopen bij de dames naar binnen en ik dirigeer hem naar een van lege hokjes. Drie aanwezige dames kijken naar ons, maar geven geen commentaar. Ik laat de deur op een kier, kijk even of het goed gaat daar binnen. “Mama! Ik ben op tijd!” roept Christian me verheugd toe, gevolgd door nog luidere “Ik moet ook poepen, mama!”. Mijn blik schiet even snel naar de andere dames en ik twijfel of ik me gegeneerd of geamuseerd moet voelen. Ik blijf dan beschermend bij de deur staan tot hij klaar is, om aan te geven dat WC bezet is, ondanks dat deze niet op slot is -hij mag absoluut de deur niet op slot doen, ik kan er niet op vertrouwen dat hij hem dan ook weer open krijgt. Ik help hem met zijn broek en pak het stukje vieze WC-papier dat hij naast de pot heeft gegooid zonder te kijken en deponeer deze op de juiste plek. Zijn billen goed poetsen doe we vanavond wel bij het douchen. Het hokje is te klein voor ons tweeën, het is onmogelijk om discreet zijn billen te poetsen, zoals ik dat bij Nathalie nog wel kan. Dus ik doe concessies. Ik help hem met handen wassen, bedwing zijn paniek als er alleen een handblazer blijkt te zijn en droog zijn handen af met papieren zakdoekjes uit mijn handtas. Groot, maar toch klein.

“Mama, ik wil deze!” Christian wijst naar een broek in zijn lievelingskleur, rood. Mijn ogen vliegen meteen naar de sluiting, een doorslaggevende factor in vrijwel alle aankopen. Een knoop, rits en geen verstelbaar elastiek. De broek valt af. Zelfs al zit hij als gegoten, Christian kan hem niet zelf aan en uit krijgen. Hij is gewend aan dat elastiek, waarmee hij de broek over zijn heupen kan schuiven zonder de knoop/rits open te maken, want dat kan hij namelijk niet. Gewend aan dit elastiek is hij niet (meer) gewend om hulp te vragen met zijn broek als hij naar de WC moet en hij zou prompt in zijn broek plassen als ik hem een broek zonder elastiek zou aantrekken. Simpelweg omdat hij niet op tijd zijn broek naar beneden zou krijgen. Christian wijst nog naar een andere broek, maar deze valt ook af. Het is een model met elastiek en een touwtje. Ik weet uit ervaring dat dergelijke broeken van zijn billen afzakken als je het touwtje niet aantrekt en strikt, maar dat kan hij ook niet. Ook niet handig dus. We komen uiteindelijk thuis met de bekende modellen -met verstelbaar elastiek, dat gelukkig ook in de grotere kindermaten nog wordt gebruikt bij bepaalde merken. Groot, maar toch klein.

Het zijn momenten als deze dat ik me af vraag hoe dat straks zal gaan. Als mijn kleine kerel in een nog groter lijf zit. In een mannenlijf. Is het dan wel ‘done’ om hem mee te nemen naar het damestoilet? Gaan we dan gewoon niet meer naar een speeltuin, al zou hij dat nog wel leuk vinden? Hoe klein is de keuze in mannenkleding als je geen knoop, haakje, schuifje, touwtje of veter wilt? Het zijn kleine dingen, niets om je druk over te maken, maar waar ik soms wel wat langer over nadenk. Door Christian in mijn leven besef ik hoe zeer de maatschappij is ingericht op de grote massa, niet op kleine minderheden, en dat er kleine en grote uitdagingen op je pad komen als je kind ver buiten de ‘normaal’ waarden valt. En hoe vanzelfsprekendheden niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Er zijn veel gemakken, voorzieningen en handigheidjes voor de kleintjes, die ik ook met mijn grote vent nog erg prettig zou vinden. Maar ja. Hij is te groot, dus we moeten andere oplossingen zoeken. Groot, maar toch klein…

 

 

Veranderingen en gevolgen

“Ga zitten.” Ik glimlach beleefd en neem plaats tegenover de directrice van de school van Christian. We hebben veel te bespreken. Ik ben niet iemand om meteen te gaan klagen en van de hoogste toren te gaan blazen, maar de gebeurtenissen van de afgelopen maanden maken veel in mij los. Net voor de kerstvakantie is de auti-klas waarin Christian zat opgeheven en zijn de kinderen verdeeld over de bestaande reguliere klassen van de ZMLK school. Op zich al een erg overdonderende verandering, maar ik stoor me aan de vrijwel afwezige communicatie hierover en de abruptheid ervan. Ik kreeg het op een maandag van juf te horen en de vrijdag -in dezelfde week!- was het al een voldongen feit. Mijn zoon zit nu officieel in een andere -grotere- klas, met twee nieuwe juffen en in een ander lokaal. En ik weet van niets. En zit vol vragen.

Waarom moest de auti-klas worden opgeheven? Omdat dit niet in de visie van het Ministerie van Onderwijs past. Passend onderwijs gaat uit van ‘zo normaal mogelijk’, iedereen ‘includeren’ en laten deelnemen aan het onderwijs en de maatschappij. Scholen moeten dan ook meer een afspiegeling van de maatschappij zijn, ‘minderheden’ moeten niet apart worden gezet, maar met passende hulp in de groep blijven. In het kader van deze visie horen er dan ook geen ‘speciale’ auti-klassen te zijn binnen een school. Het is -blijkbaar- in het belang van mijn zoon dat hij deelneemt in een zo normaal mogelijke klas. Minder specialisatie dus. Wat mij bezorgd maakt om de expertise.

Waarom moest de klas zo abrupt midden in het schooljaar worden opgeheven? Omdat er een acuut probleem in personele bezetting was. Er was een onverwacht grote instroom van kleuters de afgelopen maanden, waardoor de kleuterklas gesplitst moest worden en een extra leerkracht nodig was. Dit was niet voorzien afgelopen zomer. De goedkoopste optie voor school was om de niet-rendabele auti-klas, die dus eigenlijk toch al moest verdwijnen, dan maar meteen op te heffen. Hierdoor kwam die benodigde leerkracht vrij om ingezet te gaan worden en kon onderwijs voor alle leerlingen gerealiseerd worden.

Waarom ben ik niet fatsoenlijk en tijdig hierover geïnformeerd? Omdat ze vonden dat 5 minuten uitleg door de leerkracht tijdens rapportbespreking een prima moment was en afdoende. Nu, mijn protesterende en ontevreden mail overdenkend, komt school wel tot conclusie dat ze het anders hadden moeten aanpakken. De directrice geeft mij gelijk dat wij als ouders uitgebreider en duidelijker hier over ingelicht hadden moeten worden. Ze waren hier achter de schermen al maanden mee bezig en hierbij over het hoofd gezien dat ouders niet meegenomen waren in dit proces. Gevalletje van oeps, vergeten? Ze hadden er veel van geleerd en een volgende keer… jullie begrijpen het wel. Persoonlijk begrijp ik nog steeds niet hoe iemand leiding kan geven aan een school en niet automatisch inziet hoe drastisch deze verandering is en dat ouders recht hebben op goede, tijdige informatievoorziening.

“Maar we hebben de leerlingen goed in de gaten gehouden en zijn natuurlijk erg alert op hoe de kinderen de overgang oppikken. De leerlingen van de auti-klas doen het allemaal prima in hun nieuwe klas!” vertelt de directrice mij dan met een lach. Eind goed, al goed. Toch? Nee. Christian doet het helemaal niet prima. Ik zucht en gil inwendig van frustratie. Daar gaan we weer! Ja, Christian doet het goed in de klas. Ja, hij is vrolijk en leergierig. Ja, hij doet zijn stinkende best en is het braafste kindje van de klas. Nooit boos. Nooit verdrietig. De nieuwe juffen zijn zo blij met hem! Ik geloof het meteen.

Thuis is het helaas een heel ander -maar herkenbaar- verhaal. Christian is moe, uitgeput, uitgeblust. Hij heeft een kort lontje. Huilt veel. Klaagt veel. Zeurt veel. Zit diep verstopt in de bubbel van zijn eigen filmpjes en maakt moeizaam contact. Is motorisch onrustig, draait, fladdert, wappert, springt en ijsbeert zonder veel aandacht voor zijn omgeving. Zichzelf aankleden, zijn jas ophangen en aanverwante vaardigheden zijn hem te veel en gaan moeizaam en met veel protest gepaard. Het beeld is duidelijk. Christian wordt overvraagd. En tada…! Toevallig -heel toevallig- valt deze achteruitgang samen met de overgang naar nieuwe klas. Waar we hem niet op hebben kunnen voorbereiden. En blijkbaar is de overdracht van leerkracht naar leerkracht -wat mij betreft- absoluut onvoldoende geweest.

De directrice kijkt me bezorgd aan, ze is een gewillige toehoorder en vraagt ook wat mijn ideeën zijn om dit op te lossen. Ik geef haar een inkijkje in hoe het werkt bij Christian, doe suggesties welke aanpassingen ze zouden kunnen doen. Ze maakt aantekeningen, knikt en geeft aan blij te zijn met deze -concrete- oplossingen. Daar kunnen ze zeker wat mee. Ik kan niet nalaten om op te merken dat al deze suggesties in het verleden op haar eigen school al zijn besproken en toegepast door vorige juffen, maar deze blijkbaar binnen korte tijd weer verloren gaan en vergeten worden. Laat staan goed overgedragen. We mogen het wiel ieder jaar opnieuw uitvinden, bij iedere nieuwe juf gaat het weer mis, net als op zijn vorige school. En ik weet ook heel goed waar dat aan ligt. Deze afspraken worden -tot mijn frustratie- nooit goed schriftelijk vastgelegd en er wordt heel makkelijk van afgeweken omdat school nooit de consequenties ziet. Die merken alleen wij, thuis. Christian wordt zo makkelijk slachtoffer van zijn eigen krachten: zijn leergierigheid, zijn enthousiasme, zijn inzet.

Ik krijg de belofte dat dit nu in een officieel individueel handelingsplan genoteerd gaat worden en dat ze er voor gaat zorg dragen dat beide juffen zich hier aan houden. We spreken af elkaar goed op de hoogte te houden van hoe het gaat en de lijntjes kort te houden. “Je hebt mijn mobiele nummer, he? Als er iets is, bellen hoor!” drukt de directrice me op het hart als we afscheid nemen. Ik loop met een gemengd gevoel naar buiten. Het was een goed gesprek, ik denk dat mijn boodschap duidelijk is aangekomen en er is zeker betrokkenheid en bereidwilligheid om eraan te werken. Toch bekruipt me het gevoel dat er minder oog is voor zijn autisme, door deze veranderingen in Passend onderwijs. Een leerkracht die slechts enkele kinderen met autisme in de klas heeft doet automatisch minder ervaring op, zal wellicht ook minder scholing over dat onderwerp volgen omdat het maar een stukje van het werk is. Kennis en kunde gaat zo verloren, je verliest altijd de diepte als je in de breedte verder moet. Wat mij betreft een duidelijke achteruitgang, die ook consequenties heeft voor mijn kind bij wie het zo belangrijk is om met een ‘auti-bril’ naar hem te blijven kijken. Maar ja. Het is zoals het is. Scholen en leerkrachten zijn ook niet blij met Passend onderwijs, maar wij zijn niet bij machte om er iets aan te doen. Gelukkig heb ik altijd nog mijn eigen expertise. Samen met bereidwillige school kunnen we er vast iets van maken.