Vol emoties

“Aaarrgghhh!” Ik haal mijn hoofd even onder de douchestraal vandaan. Bonk, bonk, bonk. Ik hoor dat iemand woest de trap op stormt. Roerloos wacht ik op het volgende geluid. Klabam! Daar knalt zijn kamer deur dicht, zo hard als hij kan en er volgt weer een oerkreet. Ik zucht. Christian is boos. Ik kijk naar de klodder shampoo op mijn handen. Ik was pas net begonnen met haren wassen. Uit de kamer van Christian klinken nu bekende geluiden. Er wordt getrommeld en gebeukt op de vloer, tegen de kastdeuren, op het bed. Er wordt afwisselend luidruchtig gesnikt en geschreeuwd. Er lijkt iets door de kamer te vliegen. Het zal vast dat lichtgewicht plastic krukje van Ikea zijn. Er wordt nog een keer met de deur gesmeten —Christian heeft hem expres weer open gemaakt, om hem daarna met alle boosheid opnieuw dicht te kunnen gooien. Dit is een bewuste actie van hem. Zonder woorden is dit een kreet om hulp. Hoor mij. Zie mij. Help mij.

Ik merk dat ik even een dilemma voel. Kiezen voor hem? Of voor mezelf? Ik wil toch echt mijn haren wassen en even —echt, zo veel is dat niet gevraagd?— ongestoord een minuutje of tien voor mezelf hebben. Ik ben pas net mijn bed uit en moet nog de hele dag met de kinderen. Ik heb weinig zin om nu kleumend, druppend en half naakt —zonder gewassen haren— de problemen van Christian op te lossen. Uit ervaring weet ik dat hij niet uit zichzelf zal stoppen, maar ook dat hij voldoende beheersing heeft om niet echt iets kapot te maken of zichzelf serieus te bezeren. Hij heeft wel hulp nodig, maar zijn veiligheid of die van zijn zussen staat niet op het spel. Ik besluit daarom mijn douche af te maken. Wat het drama ook blijkt te zijn, dan heb ik in ieder geval weer schone haren.

Tijdens mijn routine handelingen blijven er geluiden komen uit de kamer van Christian. Hoewel mijn oren wel gespitst zijn op afwijkende, verontrustende geluiden, probeer ik hem zo veel mogelijk te negeren. Een andere reden om niet meteen in te grijpen is het feit dat ik weet dat het nergens om gaat—in mijn beleving althans. Ik weet dat zijn emoties echt zijn, zijn onvermogen om er zelf adequaat mee om te gaan ook, maar de redenen waarom ze opvlammen zijn vaak uitermate onbenullig. En het laatste half jaar zijn deze uitbarstingen schering en inslag, waardoor ik wellicht ook een beetje afgestompt ben.

Deze licht ontvlambaarheid wijt ik aan de beginnende puberteit. Hij is nu twaalf jaar, begint de lengte in te schieten en zijn lichaam begint de eerste tekenen van verandering te vertonen. Kenmerkend voor deze leeftijdsfase zijn heftige, intense emoties die zich snel kunnen afwisselen. Check. Ik herken hetzelfde bij zijn tienjarige zus Eveline, die zo ongeveer in dezelfde fase zit —meisjes beginnen nu eenmaal eerder. Daarnaast is dit een fase waarin er volgens de boeken sprake is van toegenomen gerichtheid op de directe behoeftebevrediging —hier! nu!— en meer impulsiviteit. Daarnaast zijn jongens onder invloed van testosteron eerder geneigd om impulsief, agressief en fysiek te reageren op stress. Dat zal ook verklaren waarom hij beduidend meer ruzie maakt met zijn kleine zusje Nathalie, waarbij het steeds vaker verbaal hard tegen hard gaat.

Sowieso een fase met de nodige uitdagingen, maar ik merk dat ik al die puberale reacties gecombineerd met het ontwikkelingsniveau van een autistische kleuter wel lastig vind. Hij heeft de peuterpuberteit nooit echt achter zich gelaten en heeft uiteraard zijn beperkingen op het gebied van inzicht en begrip van de wereld om zich heen. Dus kan hij ontvlammen omdat Bliksem McQueen niet wint van Jackson Storm —de kenner van Cars 3 weet dat Bliksem nooit wint van Jackson. Of omdat de zon in zijn ogen schijnt. Omdat hij geen app met wespengeluiden kan vinden. Omdat Kimi Raikonnen niet meer voor Ferrari rijdt in de Formule 1. Omdat hij een snottebel heeft. Omdat hij niet gedroomd heeft over de smurfen. Omdat ik in mijn pyjama naar WC ging en daar even hoestte, wat hij foutief interpreteert als dat ik buikgriep heb en niet met hem zal kunnen knutselen. De lijst is eindeloos en niet te voorspellen.

Ik was mijn haren en kleed me daarna aan, voordat ik de kamer van Christian binnen stap. Hij ligt nu op het bed te trommelen en spartelen, zijn bui is nu ongeveer vijftien minuten bezig. Ik stap over de speelgoedbakken die zijn omgegooid en doe de kastdeur die open staat weer dicht en ga dan rustig zitten op het bed. Hij ligt nu stil, zich goed bewust van mijn aanwezigheid en wacht tot ik start met een inmiddels voorspelbaar gesprekje waarvan het script vast lijkt te liggen. In het script ben ik de eerste die spreekt. “Wat is er, Christian?” Ik ben boos! “Ja, dat zie ik. Waarom ben je boos?” Omdat… en dan steekt hij van wal, terwijl zijn stem en gelaatsuitdrukking al hun boosheid al weer hebben verloren. Hij is boos vanwege dit en ook vanwege dat en hoe moet dat nu? Ik stuur, leg uit, verzin oplossingen, maak afspraken en dan lijkt hij vooral gebruik te willen maken van mijn aanwezigheid. Hij begint te ratelen over zijn pre-occupaties met een zweem van opluchting, de boosheid vergeten. Alsof hij zichzelf met moeite in bedwang heeft gehouden en hij nu eindelijk weer een toehoorder heeft die bevestigend kan antwoorden op alle vragen waarvan hij het antwoord allang weet. Niet voor het eerst bekruipt me het gevoel dat hij —onbewust— zijn emotionele uitbarstingen ook gebruikt om aandacht te trekken, om een behoefte te kunnen bevredigen, op de snelst mogelijke wijze. Ik heb er geen spijt van dat ik mijn douche rustig heb afgemaakt. Nu kan ik tenminste fris en fruitig aan de dag met al zijn moodswings beginnen. Met schone haren.

 

Advertenties