Aan tafel

“En nu zitten!” Ik voel me meer dan geïrriteerd en wijs boos naar de stoel. Mijn stemverheffing maakt indruk, maar helaas op het verkeerde kind. Eveline zit al naast me aan tafel, haar lip trilt een beetje. Ik weet dat ze slecht tegen harde geluiden kan en moeite heeft met boosheid. Christian, voor wie mijn woorden waren bedoeld, schuift ook eindelijk stoïcijns aan, alsof ik niet eens besta. Hij deponeert handen vol speelgoed naast zijn bord –het uitzoeken nam zoveel tijd in beslag, dat hij drie waarschuwingen nodig had om eindelijk plaats te nemen aan tafel. In afwachting tot we daadwerkelijk gaan eten, begint hij ‘filmpje’ te spelen met de betreffende speelgoedjes. Op luide toon volgt een letterlijke –woord voor woord, inclusief geluidseffecten- weergave van scenes uit filmpjes die hij gezien heeft. Onderwijl fladdert, wipt en schudt hij er lustig op los. Eveline kijkt hem boos aan en moppert dat het ‘filmpje’ te hard staat. Christian hoort het niet eens, hij gaat compleet op in zijn eigen wereldje.

Dan moet ik de laatste hindernis nemen, Nathalie moet ook op haar stoel komen zitten. Ze ziet de lol wel in van mijn stemverheffing en rent met een uitdagende blik juist geheel de andere kant op. Nadat ik haar nog eens haarfijn heb uitgelegd wat ik daar van vind, zitten we eindelijk allemaal aan tafel. Ik moet dan altijd denken aan die idyllische reclames waarin een lachende moeder een dampende pan eten op een gezellig gedekte tafel zet en roept: “Aan tafel!” En dat dan uit alle hoeken lachende kinderen komen aanrennen die niet weten hoe snel ze moeten aanschuiven. Ik leef overduidelijk niet op dezelfde planeet.

In ons huis is het gewoonte om voor de start van de maaltijd even te bidden. Omdat ik zelf inmiddels razende honger heb –nooit goed voor het humeur- begin ik daadkrachtig. Christian kijkt me aan, spreekt dan nog enkele zinnen van zijn filmpje uit en drukt dan demonstratief met zijn vinger op de tafel, alsof hij op een knopje drukt. Hij stopt dan ook halverwege een woord, om het nog realistischer te laten klinken. Oog voor detail, zullen we maar zeggen. “Mama! Ik heb het filmpje stopgezet!” verkondigt hij luid. Fijn, kunnen we dan nu alsjeblieft verder gaan? Na vijf woorden word ik al weer onderbroken. “Wacht! Ik zit niet goed!” Eveline springt van haar stoel, schuift deze wat heen en weer en gaat dan weer demonstratief zitten. Christian heeft moeite de onderbreking en begint ongeduldig op zijn stoel te wippen, heftig fladderend met zijn armen. Hij bijt op zijn hand. Nathalie maakt gebruik van mijn moment van afleiding om haar beker om te gooien en een plas water stroomt over tafel. Dat maakt het even te spannend voor Christian, hij gilt en laat zich van de stoel op de grond vallen. Ik haal snel een doek uit de keuken en begin alles droog te deppen, terwijl ik Christian met een kort commando weer terug naar zijn stoel dirigeer. Uit mijn ooghoek houd ik Eveline in de gaten, ze zit met een boos, gespannen gezicht aan tafel. Ik weet dat er nu nog maar iets hoeft te gebeuren, of zij zal huilend in elkaar duiken omdat de situatie haar even te veel wordt. Hup. Snel door. Voor de pleuris uitbreekt.

We ronden het gebed af en eindelijk, eindelijk kunnen we eten. “Mama? Is het afgekoeld?” vraagt Christian. Omdat de kinderen allemaal nogal hittegevoelig zijn, schep ik altijd de maaltijd al op hun borden voordat ik ze überhaupt aan tafel roep. Over het algemeen is er voldoende tijd verstreken om het eten lauw te laten zijn tegen de tijd dat zij hun lepel oppakken. Maar ja, dat kan ik natuurlijk niet zien. Bovendien weet ik niet hoe koud het voor zijn voorkeur moet zijn –zeker weten stukken kouder dan voor mij! Voor absolute zekerheid moet hij dus zelf voelen, ik kan Christians vraag niet beantwoorden. Ik geef hem mijn standaard antwoord: “Dat weet ik niet, probeer maar.” Voor de tigste keer. Op welke manieren ik het hem ook heb proberen uit te leggen, het concept ontgaat hem en vrijwel iedere dag stelt hij mij precies deze vraag. Dus geef ik nu ook precies hetzelfde antwoord. Iedere dag. Vergt het inzicht dat zijn capaciteit te boven gaat, bijvoorbeeld op het vlak van Theory of mind? Of hebben we simpelweg weer een veilig ritueel gecreëerd dat iedere dag op dezelfde wijze verricht moet worden? Wie het weet mag het zeggen. Christian brengt zijn eerste hap naar de mond en we maken onze routine af. “Ja mama, het is afgekoeld!” vertelt hij mij verheugd, zoals altijd.

En dan is er even betrekkelijke rust. Iedereen is bezig met eten, zelfs onze treuzelaar Eveline –die haar maaltijd nog heel lang ‘te warm’ vindt. Ik zeg betrekkelijke rust, want als je naar Christian kijkt word je verre van rustig. Tijdens het eten schudt hij zijn hoofd, rolt zijn ogen –perfecte Stevie Wonder imitatie- wipt hij op zijn stoel en fladdert met zijn armen. Hij zit in zijn eigen zone en met grote happen schuift hij de maaltijd naar binnen. Hij kauwt luidruchtig en met open mond –stukje zwakke mondmotoriek dat nog niet aangepakt is. Zijn blik staat op oneindig en in een mum van tijd is hij klaar. Eveline moet zo ongeveer haar tweede hap nog nemen. Hij springt meteen van tafel en poetst in de keuken vluchtig zijn handen en mond, zonder dat hij ziet of voelt of hij ook daadwerkelijk schoon is. Hij neemt weer plaats aan tafel en met een druk van zijn vinger op het tafelblad gaat zijn ‘filmpje’ weer uit volle borst verder. Zo jammer dat er geen fatsoenlijke volumeknop op mijn tafel zit. Of liever, een ‘mute’ knop.

Terwijl ik afwisselend Nathalie help en corrigeer en mezelf een hapje toebedeel, probeer ik Eveline aan te sporen om door te eten. Nathalie houdt het voor gezien en gaat ook spelen met speelgoedjes die ze meegenomen heeft. Ik eet door in een kakofonie van geluid en beweging. Als Eveline klaar is –zoals altijd als laatste- begin ik op te ruimen en komt het toetje op tafel. Met stemverheffing probeer ik weer bij Christian door te dringen, soms klap ik ook wel eens hard in mijn handen. Hij kijkt me even aan, herhaalt zijn ritueel met het ‘knopje’ op het tafelblad, en dan heb ik pas echt contact. We eten gezamenlijk een toetje, waarbij Christian ook weer in een rap tempo zijn bakje leeg lepelt. Zijn ogen zijn gericht op zijn speelgoedjes, zijn ‘filmpje’. Hij knoeit, maar dat ontgaat hem vaak. Zodra hij klaar is, haast hij zich weer naar de keuken om te poetsen. En dan gaat hij zijn filmpje verder spelen, ergens in de huiskamer. Nathalie en Eveline verlaten ook de tafel en ik blijf alleen achter.

Het blijft een magisch moment, zo net na de avondmaaltijd. Hoe dramatisch de aanloop soms ook is –soms al uren van te voren, dreinen, klooien, bloed onder mijn nagels vandaan- zodra de kinderen de eettafel verlaten gaan ze tevreden spelen. Zelfs als ze nauwelijks iets gegeten hebben. Ik verwonder mij erover en mijn irritatie zakt. De sfeer is gemoedelijk en ontspannen. Ik zet een muziekje aan in de keuken en begin op te ruimen. Mijn man komt thuis en treft dus een lichtelijk idyllisch plaatje aan van tevreden, vrolijke kinderen die zichzelf op leuke wijze bezig houden. Tenenkrommend. Maar gelukkig kent hij zijn kroost. En zijn vrouw.

* We hebben inmiddels de regels aan tafel aangepast, waarbij we wat ‘hoort’ enigszins hebben losgelaten en een stuk minder irritaties hebben.

Advertenties