Wandelen

“Christian! Stoppen!” Na een 3-tal seconden —verwerken van de opdracht— stopt Christian gewillig en blijft staan. Hij zwaait met zijn armen en draait met zijn hoofd terwijl hij wacht op ons. We zijn aan het wandelen en zoals altijd loopt hij voorop. Hij loopt nooit langzaam en nu zijn benen steeds langer worden, worden zijn stappen dat ook. Hem bijhouden kan uitdagend zijn. Gelukkig luistert hij redelijk goed —de meeste tijd althans— en voelt het niet verkeerd om hem 20 meter vooruit te laten lopen, in situaties waar er eigenlijk weinig kan gebeuren. Lees: geen verkeer, een duidelijk en niet te steil wandelpad, geen gevaar langs de kanten zoals een afgrond of water. Wandelen is een gezinsactiviteit die ons tegenwoordig goed af gaat.  Christian heeft wel moeten wennen aan het concept ‘wandelen-om-het-wandelen’ wat voor hem heel doelloos —en dus onaangenaam en onaantrekkelijk— was, maar hij heeft geleerd dat ‘het uitzicht’ ook een doel kan zijn. Het plaatje klopt in zijn hoofd en de map ‘wandelen’ is inmiddels goed gevuld met redelijk positieve ervaringen, hij weet wat hij kan verwachten en kan ook van genieten. Dus gaan we erop uit. In het bijzonder tijdens onze huidige vakantie in de bergen, waar het prachtig wandelen is.

Het wandelpad houdt op en we moeten onze route vervolgen op het asfalt van een pittoresk bergdorpje. Verre van druk uiteraard, maar er kunnen wèl auto’s komen, dus we lopen aan de kant van de weg achter elkaar aan. Het asfalt gaat aan de zijkanten vrijwel naadloos over in de berm —met zand, gras, steentjes. Het lijkt alsof Christian deze details niet ziet. Hij blijft niet bij de rand lopen, maar dwaalt in no-time naar het midden van de weg. De eerste keer trekken we hem wat verbaasd terug naar de kant en leggen het hem nog een keer uit. Maar hij blijft dwalen, alsof alles één groot wandelpad is in plaats van een straat. Ik ben erg verbaasd. Thuis loopt hij —de meeste tijd althans— vrijwel nooit op straat en kost het mij geen moeite om hem veilig op de stoep te houden. De stoep. Zou dat het zijn? Die duidelijke markering tussen waar auto’s rijden en waar voetgangers lopen —iets hoger en meestal ook geen asfalt— maar die hier ontbreekt? Zou dit gebrek aan ‘kloppende details’ er voor zorgen dat hij onbekommerd over het asfalt banjert en potentieel ons —en een eventuele automobilist die vast niet verwacht dat een 11-jarige jongen in zijn bubbel midden op de weg loopt— de stuipen op het lijf jaagt? We nemen hem bij de arm, houden lichaamscontact en sturen hem fysiek bij om er voor te zorgen dat het veilig blijft.

“Oh kijk! Een waterval!” roept dan Eveline als we het asfalt weer achter ons hebben gelaten en de wandeling op een bospad aan het vervolgen zijn. De aantrekkingskracht van het water is onweerstaanbaar, de kinderen willen de hele vakantie al ‘voelen aan het water’. Zolang het veilig kan, hartstikke leuk natuurlijk! De meisjes vragen meestal netjes aan ons of het mag en luisteren gewillig als ik suggestie doe waar ze dit het meest veilig kunnen doen. Maar bij deze waterval krijg ik de vraag niet. Het kolkende, bulderende witte water dat over de rotsen dendert geeft hen de instinctieve inschatting dat je het hier niet moet proberen. Gezonde angst in dit geval, het soort dat bijdraagt aan je welzijn. Bovendien staat er een hekje omheen, hoe duidelijk wil je het hebben? We kijken dus uitsluitend naar het schouwspel en ik ben druk bezig foto’s te maken. Even letten we niet zo op Christian. “Nou, even water voelen.” hoor ik dan opeens mompelen en ik ben meteen alert. Ik lokaliseer hem, meters verder van mij vandaan dan ik had gedacht, en mijn hart staat even stil.

Christian is —langs het hekje!— al meer dan een meter over de rotsen omhoog geklommen in een poging om het water van deze waterval ‘te voelen’. Ik kan mijn ogen bijna niet geloven. Mijn man en ik schieten beide meteen in actie en enkele tellen later staat hij weer veilig op de grond. Aan de goede kant van het hekje. Onze schrik vertaalt zich naar boze, geschrokken uitroepen: “Wat doe je nu! Ben je helemaal gek geworden?” Christian is ontdaan door de boosheid en leunt een beetje weg, voor zover het kan. Mijn man heeft hem nog steeds stevig bij de arm, om beter te kunnen doordringen en zijn aandacht vast te houden. Christian kijkt schichtig heen en weer en hoewel we proberen uit te leggen, zie ik dat het niet aankomt. Dat hij het —oprecht— niet begrijpt. Hij overziet het niet. De situatie niet. De consequenties. Zijn eigen handelen. Ik besef dat we meer alert moeten zijn. Als hij zoiets kan bedenken, tot wat is hij dan nog meer in staat?

We wandelen verder en houden hem dicht bij ons waardoor we vrij makkelijk fysiek kunnen ingrijpen —vastpakken, tegenhouden, duwtje in de goede richting— en er doen zich geen verdere incidenten meer voor en komen we allemaal heelhuids terug in het vakantiehuis. Het waterval-incident laat me niet los. We zijn niet ingesteld op dergelijke ‘ondernemende’ fratsen. Ik weet niet beter dan dat hij te bang zou zijn om omhoog te klimmen, te overweldigd zou zijn door het bulderende water om te dichtbij te komen. Ik kan veel woorden gebruiken om mijn zoon te beschrijven, maar ondernemend zou ik toch nooit in de mond nemen. Dit is een actie die je van een ondernemende 2-jarige zou verwachten. Eentje die geen gevaar ziet, handelt op een impuls en gewoon gaat. Een 2-jarige zou ik ook veel strakker in de gaten hebben gehouden. We zijn er dus weer ingetrapt. Ons te veel laten leiden door dat lange lijf, die lange zinnen die hij —overvloedig— spreekt, die relatieve zelfstandigheid die hij in bepaalde routines ten toon spreidt. Vergetend dat een deel van hem nog steeds dat peutertje is.

Als ik het dan verder nog bekijk vanuit zijn autisme, tja, dan is het misschien wel logisch dat hij dit deed? De eerste waterval die we bezochten was hij nog angstig, overweldigd, precies zoals ik verwachtte. Maar zijn zusjes voelden aan het water, lachten, genoten. Bij de tweede waterval wilde hij ook wel voelen. Bij de derde en vierde waterval was het patroon gezet, Christian wist ‘hoe het hoorde’ als je een waterval tegenkwam. Hoe kon hij dan weten dat deze vijfde waterval een uitzondering zou zijn op deze ‘regel’? Dat stuk context, verbanden leggen, vooruit denken, de big picture, wat ons allemaal vrijwel instinctief komt aanwaaien, is voor zijn brein een stap te ver. En dus moeten we blijven opletten. En beseffen dat we —als we er weer op uit gaan— wandelen met een peutertje. Dat toevallig heel lange benen en schoenmaat 41 heeft.

Advertenties

Binnenspeeltuin

“Ja, Christian! We gaan naar de apenspeeltuin!” gilt Eveline verheugd. Nathalie doet meteen mee en uitgelaten rennen de meisjes door de kamer. Het is Koningsdag, een mooi moment om iets samen als gezin te doen. Door het weer vallen de opties die eigenlijk onze voorkeur hebben af, dus dan maar naar een binnenspeeltuin. Deze specifieke binnenspeeltuin zijn we vaker geweest en is klein, overzichtelijk en met een goede akoestiek. Enigszins auti-proof dus, voor zover je daar ooit over kunt spreken bij een binnenspeeltuin. Christian glimlacht ook en deelt in het enthousiasme. Hij vindt die speeltuin ook leuk.

Leuk? Ja, maar ook heel spannend. Het duurt niet lang of de spanning begint door al zijn poriën naar buiten te sijpelen. Rusteloos beent hij door de kamer en aankleden blijkt een grote opgave te zijn. Moeizaam hijs ik mijn 9-jarige dwarse peuter in zijn kleren, terwijl hij afwisselend roept, huilt en zeurt. Ik beloof hem dat hij mag spelen met zijn buurman en buurman knuffels en dat hij de hele tijd naast ons mag zitten, niets hoeft. Dat lijkt hem een beetje te kalmeren en met een zielig stemmetje zegt hij: “Oké.” Het lijkt eindeloos te duren voor we allemaal in de auto zitten, maar dan zijn  we vertrokken. Eveline en Nathalie giechelen, dollen en zingen, maar Christian zit met een bedrukt gezicht uit het raam te kijken. Buurman en buurman stevig tegen zich aangeklemd. Het is wachten tot de dam breekt en de autistische huilbui in volle sterkte naar buiten komt. Het duurt niet lang. Slechts 5 minuten. En dan begint het.

“Ik voel me niet lekker! Ik ben zo verdrietig omdat ik verkouden ben! Het gaat echt niet goed met mij!” Christian huilt half, rolt met zijn ogen en duikt deels onder de gordel uit om plat te kunnen liggen. Ik zucht. Het probleem is uiteraard niet een verkoudheid, maar pure stress die hij niet anders onder woorden weet te brengen. We moeten nog zeker 15 minuten in de auto zitten en ervaring leert dat een dergelijke huilbui moeilijk -zo niet onmogelijk-  te sussen is. Desondanks probeer ik het toch. Waarbij ik het vooral belangrijk vind dat hij recht in zijn gordel blijft zitten. Na een paar keer benoemd te hebben dat er niets ergs is, dat we er niets aan kunnen doen nu en dat hij moet stoppen met praten, geef ik het op. De klaagzang gaat onverminderd verder, telkens maar weer dezelfde zinnen en ik negeer hem. Ik werp even een blik op Nathalie en Eveline, maar zij hebben zich ook afgesloten voor het geluid. Zoals altijd borrelt de vraag weer in me op: moeten we dit wel met hem doen?

We arriveren bij de binnenspeeltuin en we zoeken een tafeltje in een rustig hoekje uit. De meisjes rennen ongeveer meteen weg om te spelen, maar Christian gaat naast ons aan tafel zitten. Hij lijkt niet veel van zijn omgeving te zien en focust zich volledig op zijn knuffels. Hij friemelt even, maar dan begint hij ‘een filmpje’ van Buurman en Buurman. Hij praat hard, onduidelijk en knuffels worden vooral gegooid, botsen, vliegen en duwen onder uitroep van “Ooohhh!! Aaaahhhh!!!”. Binnen de drukte van de binnenspeeltuin valt het niet op en we laten hem vooral zijn ding doen. Een van ons blijft naast hem zitten en de ander rent achter Nathalie aan, die nog enige supervisie nodig heeft. De meiden lachen, gieren en brullen en laten zich helemaal gaan. Het contrast is -zoals altijd- confronterend.

Na een uur stokt het Buurman filmpje en ik zie dat Christian om zich heen kijkt. Alsof hij nu voldoende rust heeft gevonden om zijn omgeving in zich op te nemen. Een stapje uit zijn bubbel te doen. Ik herken de blik in zijn ogen en ben ook niet verbaasd dat hij opeens opspringt en zegt: “Ik wil wel spelen, mama!” Ik beloof op Buurman en Buurman te passen en Christian begeeft zich in de menigte kinderen. Hij komt Eveline tegen en vermaakt zich even met haar, maar gaat dan verder met spelen van ‘filmpjes’. Alleen nu dan in de binnenspeeltuin. Wild en met een schreeuw laat hij zich keer op keer vallen in de ballenbak, op de kussens, tegen de zachte wanden. Er ligt een lach op zijn gezicht en voor een moment valt hij niet echt op tussen alle gillende, rennende en schreeuwende kinderen. Voor een moment geniet hij.

Hoe groot de stress ook, zolang dat element van vreugde er is, zullen we niet snel opgeven. Dat zijn we Eveline en Nathalie ook verschuldigd, denk ik. Het is al erg fijn dat genieten op zo’n drukke, prikkelrijke plek mogelijk is voor hem. Dat hebben we te danken aan zijn medicatie. Voordat we startten met risperidon -nu al zo’n vier jaar geleden- was een stap over de drempel van een binnenspeeltuin al genoeg om hem letterlijk gillend gek te maken. Overweldigd door het geluid -geef toe, dat blijft toch een crime in zo’n binnenspeeltuin, daar hoef je niet eens prikkelgevoelig voor te zijn- de rennende kinderen, alles beweegt, alles flitst, kon Christian niets anders dan panisch krijsen. Terwijl Eveline haar ogen uitkeek en nieuwsgierig alles wilde zien en ontdekken. Hij zag een hel, zij een kinderparadijs.

Na een uurtje keert Christian terug naar ons tafeltje. Hij maakt een uitgeputte indruk en met een lege blik zakt hij in zijn stoel. Hij heeft genoten, maar nu is zijn limiet bereikt. Zijn gezichtje betrekt en het is een kwestie van tijd voordat hij weer begint te zeuren. Nathalie is ook moe en hangt inmiddels op schoot, dus we besluiten dat het beter is om maar weer te gaan. Ik ga Eveline zoeken en vertel haar dat ze nog tien minuten mag spelen. Nu betrekt haar gezichtje ook. Met een boze frons kijkt ze me teleurgesteld aan: “Nu al? Zo kort maar?” Ik weet het, zij is nog lang niet uitgespeeld, maar langer blijven vind ik toch een slecht idee. Mokkend accepteert ze het. Na die tien minuten trekt ze zonder morren haar schoenen weer aan, haar jas en gaan we allemaal terug naar de auto. In de auto volgt de voorspelbare reactie op de overvloed aan prikkels. Christian begint een nieuwe klaagzang, half huilend, waarin hoofdpijn, ziek voelen en verkoudheid centraal staan. Ik negeer het weer en zoek de blik van Eveline. “En? Was het leuk in de apenspeeltuin?” Eveline begint breed te glimlachen. “Ja, mama!” En dan besluit ik dat haar vreugde opweegt tegen het drama. Een volgende keer gaan we gewoon weer.

 

 

Dierentuin

“Mama? Wie mag het eerste diertje kiezen?” Christian kijkt me hoopvol aan. Als ik beaam dat hij dat mag doen, begint hij te glunderen. Hij rent naar de plattegrond van de dierentuin waar we zijn en maakt wel overwogen de keuze dat we als eerste naar de visjes gaan. We hebben een abonnement op deze dierentuin en hij weet wat er te zien en te doen is. Hierdoor kan hij er des te meer van genieten. Het is ook een van de weinige gezinsuitjes waar iedereen van ons plezier aan beleefd. Grote speeltuinen en pretparken zijn vaak te chaotisch, te prikkelend, te hectisch en vragen ook dat je regelmatig in een rij gaat staan en moet wachten. Een bijna onmogelijke opgave voor Christian. Omdat hij graag kijkt naar dieren –alleen kijken! Dieren mogen zeker niet bij hem in de buurt komen- heb we jaren geleden al voor dierentuin gekozen. Doordat we een abonnement hebben gaan we vaker een middagje. En is er meer vrijheid om weer te gaan als het niet meer leuk is, ongeacht hoeveel of weinig we op dat moment gezien of gedaan hebben. Bevalt ons prima.

We komen aan bij het bescheiden aquarium van de dierentuin en luidkeels bewondert Christian de vissen. “Kijk, mama! Kijk!” Hij staat te fladderen en springen voor het glas en wijst af en toe naar zijn zwemmende watervrienden. Het is rustig in de dierentuin op deze gure winterdag, dus hij heeft ook alle ruimte. En ik voel me wat minder geroepen om hem ‘in toom’ te houden, omdat er simpelweg geen mensen zijn die hij zou kunnen storen of waar hij eigenlijk rekening mee zou moeten houden. Geeft mij ook figuurlijke ruimte. Ik voel wat spanning van mijn schouders glijden en geniet van het plezier van mijn kinderen.

Hoeveel Christian ook geniet van het kijken, hij heeft geen rust in zijn lijf om lang op dezelfde plek te blijven staan. Hij wil door naar het volgende. Als het echt druk in zijn hoofd, kan hij al binnen 10 seconden beginnen te zeuren dat hij weg wil. Vandaag lijkt het wat beter, maar zijn gezichtje betrekt als hij beseft dat nu Eveline een dier mag kiezen waar we heen lopen. Hij doet een paar dwingende suggesties die aansluiten bij zijn voorkeur, maar Eveline kent haar broer langer dan vandaag. Ze maakt een eigen keuze en we lopen verder. Christian loopt op zijn tenen en springt en fladdert zo af en toe. Ik vraag hem om op de voeten te gaan lopen. Met een frons kijkt hij me aan en zegt op klagende toon: “Dat gaat niet mama, mijn voet is gebroken. Anders doet het pijn.” Ik besluit het nutteloze gevecht niet aan te gaan en hem op zijn tenen verder te laten dansen.

Als we halverwege zijn richting de vogeltjes –de keus van Eveline, uiteraard aan de andere kant van het park- begint zich de eerste crisis te ontwikkelen. Christian vindt het moeilijk om niet precies zijn eigen plan te kunnen doen en begint te zeuren. “Ik wil niet naar de vogeltjes! Ik heb zo’n honger! Ik wil niet meer. Ik wil naar het eten.” Ik probeer hem te sussen, kort en krachtig toe te spreken, maar hij gaat in de ‘repeat’-stand. Hij blijft herhalen met toenemend volume, ondertussen ook half snikkend en huilend van ongenoegen. Ik discussieer met mezelf of ik toegeef aan de irritatie die in mij groeit. Ga ik boos tegen hem uitvallen, zeggen dat hij moet stoppen met zeuren? Zinloos, hij luistert toch niet. Dan maar weer negeren, nadat ik voor de zesde keer hetzelfde antwoord heb gegeven? Na al die jaren voel ik nog steeds flitsen van onzekerheid wat nu de beste manier van aanpak is. Ik weet mijn kalmte te bewaren, maar het ziet er niet goed uit. Het verbaast me dan ook niet dat Christian na tien minuten intensief zeuren de controle verliest. Huilend, springend, boos fladderend, stampend gaat hij even helemaal los in iets dat ik toch niet anders kan bestempelen als een driftbui waar een dreumes trots op zou zijn. Gelukkig is het niet druk op deze gure winterdag en zijn er nauwelijks getuigen.

Als de storm weer even is gaan liggen, lopen we verder naar de vogeltjes en kunnen we genieten van de dieren. Ik maak wat foto’s en mijn blik valt op Christian die wat lusteloos op zijn tenen rondjes draait. Hij heeft het zwaar vandaag en ik wens uit de grond van mijn hart dat ik het beter kon maken voor hem. Het duurt niet lang voordat hij weer bij me komt. “Mama, ik heb zo’n honger, ik wil nu gaan.” Nathalie loopt nog verrukt tussen de vogeltjes rond en omwille van de meiden kies ik ervoor om nog zeker vijf minuten te blijven. Christian gaat door met zeuren en gelaten laat ik het over me heen komen, beseffend dat hij niet anders kan in deze gemoedstoestand.

Dan vertrekken we richting het restaurant. Een volle maag zal het humeur vast iets verbeteren. Halverwege ontwikkelt zich een tweede crisis. In de verte horen we geluid van een kleine tractor en Christian verstijft. Meteen komt hij heel dicht naast me lopen en grijpt de kinderwagen van Nathalie vast. Zijn gezichtje vertrekt van angst en ik weet welke smekende vraag er gaat komen: “Komt die niet bij ons mama?” Ik praat rustig en kalm tegen hem, maar we hebben geen geluk. De tractor komt dichterbij en zal ons moeten passeren. De paniek groeit en Christian staat inmiddels te trillen en huilen naast mij, terwijl hij de tractor geen moment uit het oog verliest. “Kijk je wel uit, meneer!” schreeuwt hij paniekerig tegen de chauffeur, alsof de tractor op het punt staat om hem te overrijden. Wellicht denkt hij dat ook echt, of voelt hij het zo, terwijl de werkelijkheid natuurlijk heel anders is. Maar ja, niemand heeft ooit gezegd dat angst rationeel was. Ik blijf staan, scherm hem af met mijn lijf en blijf rustig op hem inpraten dat er niets gaat gebeuren. De tractor passeert en langzaam ebt er wat spanning uit zijn lijfje weg. “Komt die niet terug, mama? Komt die nooit meer bij ons?” vraagt hij mij dan en ik aai hem over de bol zonder antwoord te geven. Ik kan hem niet vertellen wat hij zo graag wil horen en ik wil geen verdere angst voeden door eerlijk te antwoorden. Afleiding lijkt me dan de beste tactiek om deze crisis ook weer achter ons te laten.

Na een versnapering is het humeur van iedereen verbeterd en Eveline wil nog graag naar de ene speeltuin. Christian’s gezichtje betrekt meteen weer. Zijn hakken gaan meteen weer in het zand. “Ik wil dat niet!” Ik zucht inwendig en houd voet bij stuk omdat de meiden gewoon lekker mogen spelen in de speeltuin als ze dat willen. Bovendien weet ik dat hij speeltuin ook leuk vindt, al roept hij nu heel hard van niet. Als we aankomen loopt hij nog wat doelloos en mokkend rond, tot er opeens een zichtbare klik in zijn hoofd plaatsvindt, puzzelstukjes zijn verwerkt en hebben zijn plek gevonden. Zijn houding verandert abrupt, zijn stem ook. Met een lach zegt hij plots tegen mij: “Mama, ik heb een grapje gemaakt. Ik vind het toch wel leuk in de speeltuin!” en rent weg om te ravotten. Allemaal hebben ze veel plezier en ik lach met ze mee. Als de dierentuin zijn poorten sluit, gaan we naar huis. In de auto vraag ik of ze het leuk hebben gehad. “Ik vond het heel leuk in de dierentuin!” zegt Christian enthousiast en ik schud met enige verbazing mijn hoofd. Ik ben oprecht blij dat hij er zo over denkt. Maar echt begrijpen doe ik het niet na zo’n moeizame middag… Misschien toch de kracht van zijn zwart-wit denken, de mooie keerzijde. Positieve emoties worden ook veel intenser beleefd!

The day after

“Christian? Christian? Christian!” Ik krijg geen contact. Hij staat voor de televisie, zijn lijfje trilt omdat hij op zijn karakteristieke wijze aan het kijken is. Hij spant zijn spieren aan, steekt zijn vingers in de mond en houdt zijn hoofdje schuin. Dan ontspant hij weer even, fladdert, springt een paar keer op en neer, schudt zijn hoofd heen en weer, rolt even met zijn ogen. En dan spant hij alles weer aan en trilt hij weer even. Tussendoor drukt hij op de knopjes van de afstandsbediening. Stop. Vooruit. Achteruit. Stop. Terug naar menu. Vandaag staat Buurman & Buurman op en de aflevering waarin ze met de fiets op vakantie gaan is nu even favoriet. Getuige het feit dat hij er al twee uur naar aan het kijken is (Ja, je leest het goed, naar één aflevering die slechts 7 minuten duurt).

Gisteren zijn we een dagje uit geweest. Vaste prik met hemelvaart, op bezoek bij opa en oma poes die met de caravan op een camping binnen acceptabele reisafstand staan. Het was een geslaagde dag. Het weer was goed en de kinderen hebben zich vermaakt. Ook Christian. Dankzij medicatie (en misschien omdat hij ouder is en meer begrijpt?) staat hij niet meer stijf van de spanning en angst en kan hij ook genieten, lachen, plezier maken. Toch blijft zo’n dag (in)spannend voor hem. Een wirwar van caravans, tenten en auto’s, overal kinderen, geluiden, de wind, de felle zon. Er was een grote speeltuin bij, maar voor Christian overweldigend. Hij heeft er verloren rondgedoold en is vroegtijdig naar de caravan terug gekeerd. Om daarna iedere minuut te vragen wanneer we naar het zwembad gingen, ondanks dat we het antwoord al twintig keer gegeven hadden. Aan dit soort dingen merken we dat het toch een hele belasting voor hem is.

En dat merken we ook altijd de dag erna. The day after. Vandaag dus. Christian staat al uren voor de televisie, teruggetrokken in zijn eigen wereldje. Alle indrukken, prikkels en spanningen moeten nog verwerkt worden, ‘gepuzzeld’ worden zoals Colette de Bruin (Geef me de vijf) het noemt. Gisteren is hij ook nog te laat in bed beland en kampt hij met slaapgebrek (uitslapen is vrijwel niet mogelijk. Sterker nog, als zijn hoofdje vol is, wordt hij juist vroeg wakker. Soms zelfs extreem vroeg. Zoals 5:15 uur), waardoor hij nog minder kan hebben. Ik heb een grondige hekel aan The day after.

Opeens loopt Christian naar buiten en begint in de schuur te rommelen. Hij loopt daarna een paar keer op en neer tussen het huis en de schuur, maar komt niet meer terug bij de televisie. Ik hoor hem mompelen: “Zo buurman!” Aha. Hij gaat nu de aflevering naspelen. Ik zet de televisie uit. Niet lang daarna staat zijn fiets (met zijwieltjes) achterin de tuin, de bagagedrager volgeladen met van alles, precies zoals in het filmpje. Ik hoor hem praten en weet dat hij nu ook woord voor woord de scène na speelt. Omdat hij nog niet gesmeerd is tegen de zon, ga ik een kijkje nemen. Achterop de fiets liggen 5 schone (!) handdoeken die hij zonder te vragen uit de badkamer heeft gehaald. Ik reageer ontstemd en vertel hem het niet mag. Ik probeer ook nog uit te leggen waarom, maar Christian loopt weg en mijn kleine tirade gaat verloren in de wind.

Uit zijn spel gehaald loopt Christian nu verloren rond in huis. Een afwezige, vermoeide blik in zijn ogen, hij  trekt kasten open, drentelt heen en weer, maar komt tot niets. Nu de televisie uit staat, weet hij niet wat hij met zichzelf aan moet. Ik besluit hem te helpen en stel voor om samen een spelletje te doen. Na veel getwijfel en gedraai voor de spelletjes kast heeft hij eindelijk een keus kunnen maken. Cars memory. Ik leg alles klaar en we beginnen. Toevallig draai ik meteen twee dezelfde om. Christian niet. Zodra hij de twee verschillende plaatjes ziet, begint hij keihard en heel boos te schreeuwen: “Ik wil ook twee dezelfde kaartjes!” Tranen staan in zijn ogen en hij verbergt ontdaan zijn gezicht in zijn handen. De teleurstelling dat het niet gaat zoals hij wil, kan hij er nu echt niet bij hebben en ik weet dat het een verloren zaak is. Hij is zo moe en overprikkeld dat er nog maar één oplossing is: de televisie. Onbeperkt, de hele dag.

Ik stel voor om een filmpje aan te zetten en zijn opluchting is bijna tastbaar. Hij kiest een DVD, ik zet alles aan en overhandig hem de afstandsbediening. Christian plaatst deze nauwgezet op het hoekje van de salontafel waar hij ‘hoort’ te liggen en begint op de knopjes te duwen. Binnen een minuut zit hij weer in zijn eigen bubbel, fladdert, springt, draait. Ik doe geen pogingen meer om in te breken of hem aan te spreken. Hij kan me toch niet horen.