Worstelen met de balans

“Daar mag je best trots op zijn.” zegt mijn baas. We zitten samen aan tafel in zijn kantoor. Het is weer tijd voor mijn jaarlijkse functioneringsgesprek en ik vind eigenlijk dat ik best goed mijn werk heb kunnen doen en volhouden, als je in ogenschouw neemt wat er allemaal wel niet gebeurd is. Ik ben trots op mezelf en spreek dit ook uit naar mijn baas toe. Hij beaamt. En ik weet dat hij het echt meent. Ik heb weinig ervaringen met bazen, maar ik weet dat die van mij een hart van goud heeft en ook oog heeft voor mijn belangen buiten de werkvloer. Het scheelt wellicht dat hij ooit huisarts is geweest en dus ook enige kennis van zaken heeft. Ik ben erg blij met mijn baan en de flexibiliteit die mijn baas altijd heeft getoond. Want ik ben nu niet bepaald een ideale medewerker.

Ooit, in 2008, begon ik op mijn werkplek voor 24 uur in de week. Dat was een hele verademing na de 50 uur in de week die ik ervoor elders werkte –en niet volhield in combinatie met een baby. Binnen mijn proeftijd werd ik zwanger van Eveline en door de heftigheid van zwangerschapskwaaltjes raakte ik volledig in de ziektewet. Toen was ik nog maar 3 maanden in dienst en nog maar net ingewerkt. Ik kwam pas terug na de bevalling en had het geluk dat mijn jaarcontract –waarvan ik dus alleen de eerste 3 maanden gewerkt had- toch verlengd werd. Dat was op menige werkplek vast anders geweest. In 2009 begon ik enthousiast aan mijn tweede kans om echt iets van mijn baan te maken.

In dezelfde periode openbaarden zich ook in rap tempo de problemen bij Christian. Hij sliep heel slecht, had ontwikkelingsachterstand en vooral ook veel gedragsproblemen. Eveline was baby, ook eentje met een gebruiksaanwijzing en vaak ziek. Chronisch ernstig slaapgebrek en thuis mijn handen vol. Als ik er aan terugdenk, verwonder ik me nog over hoe lang een mens door kan gaan, hoe veel een mens aankan als het maar moet. Het was een zwaar jaar, waarin ik enorm –en dan ook echt enorm– aan mezelf twijfelde, tot in voorjaar 2010 een kinderpsycholoog een vermoeden van autisme uitsprak. Puzzelstukjes vielen met een luide knal op de plek en het moment dat ik de officiële criteria onder ogen kreeg wist ik het zeker: dit heeft mijn zoon. En als je dan verder leest, de getallen van statistieken, dan word je alles behalve vrolijk. Ik stortte in en kwam met het etiketje ‘overspannen’ langdurig thuis te zitten. Weer die ziektewet.

Terwijl ik aan het opkrabbelen was, kwam Kentalis in zicht en deed zich een nieuw probleem voor. Dagbehandeling had vaste tijden en dagen, geen opvangmogelijkheden en Christian op het kinderdagverblijf laten praktisch onmogelijk –ook niet wenselijk overigens, veel te prikkelrijk. Er moest dus iemand hem halen en brengen, in de middag thuis zijn om hem op te vangen en dan ook nog eens in staat zijn om te gaan met zijn probleemgedrag! Ik zag geen andere optie dan het zelf te doen, dus moesten mijn werktijden en dagen drastisch veranderd worden. En was een ouderschapsverlof noodzakelijk, omdat ik onmogelijk mijn officiële 24 uur in de week kon volmaken. Mijn baas ging akkoord met al mijn wensen.

Op het einde van dat ouderschapsverlof begin 2012, zat Christian nog steeds op Kentalis. Voor mij de meest gunstige oplossing: een tweede ouderschapsverlof  er meteen achteraan plakken. Mijn baas vond het goed. Tijdens dat verlof ging Christian naar het IvOO, weer andere tijden, geen reële opties voor buitenschoolse opvang, dus moest ik weer alles omgooien en zelfs het ouderschapsverlof officieel wijzigen. Mijn baas ging akkoord. Niet lang daarna werd ik zwanger van Nathalie en viel door zeer heftige zwangerschapkwalen al vanaf 6 weken volledig uit. Daar zat ik weer in de ziektewet, 9 maanden lang, tot april 2013. Daarna moest ik –doordat inmiddels het ouderschapsverlof afgelopen was, Eveline ook naar school ging en Nathalie naar de opvang gebracht moest worden- weer mijn werktijden wijzigen en kon ik maar maximaal 19 uur in de week werken. En mijn baas? Die gaf weer zijn zegen, geloof het of niet. En vergeet niet dat ik al jaren tussendoor ook regelmatig ad hoc vrij moest hebben voor doktersbezoeken, gesprekken met hulpverleners, zieke kinderen en recent dus ook hoorzittingen en bezoekjes aan een advocaat. Mijn baas werkt er aan mee.

Nu schrijven we eind 2014. Het gaat al langere tijd niet echt goed met Christian, gecombineerd met al het gedoe rondom leerlingenvervoer en het overlijden van mijn goede vriendin. Ik ben al tig keer ziek geweest en ik weet dat mijn grens –weer– bereikt is. Voor mijn eigen gezondheid en om alles goed geregeld te krijgen voor Christian is nog minder werken mijn enige optie. Dus heb ik mijn derde ouderschapsverlof in 4 jaar tijd aangevraagd, om in ieder geval voor 2015 meer ruimte voor mezelf en het gezin te creëren. Maar ik weet nu al dat het niet realistisch is om aan te nemen dat ik daarna weer terug zou kunnen naar die 19 uur per week. De opvoeding van Christian en al het regelwerk dat daar bij komt kijken –mijn taken als gezinsmanager en mantelzorger- vragen teveel tijd en energie. Ik zou in 2016 graag definitief terug willen naar 15 uur in de week en ben dus voor de tigste keer naar mijn baas gestapt. Jullie kunnen inmiddels bedenken wat zijn antwoord was.

Daar ben ik heel blij mee, echt. Op een andere werkplek, een andere baas, was ik waarschijnlijk allang niet meer werkzaam geweest. Een situatie die voor mij als persoon maar ook financieel voor ons gezin zeer onwenselijk zou zijn. Ik mag deze zegening daarom echt wel tellen. Maar de blijdschap wordt overstemd door wrok. Weer zet dat verdomde autisme mij tegen de muur, geeft me het gevoel geen kant op te kunnen, behalve inleveren, inleveren en inleveren. De balans tussen werk en privé is voor veel ouders een uitdaging, maar als je dan ook nog een zorgintensief kind hebt, wordt het je erg moeilijk gemaakt. School niet dichtbij,  buitenschoolse opvang is lastig en stuk duurder dan voor een ‘normaal’ kind, veel afspraken met hulpverlening die zelden goed in je agenda passen, tig telefoontjes die je moet plegen om eerder genoemde afspraken geregeld te krijgen. En dan heb ik het nog niet over de extra zorg die je thuis moet leveren dag in, dag uit. Maar goed, ik probeer mijn frustraties aan de kant te zetten,  deze negativiteit zal me niet verder helpen. Het is zoals het is. Ik kan hoogstens veranderen hoe ik er mee omga. Na even vloeken en tieren besluit ik dan maar me te gaan verheugen op mijn ouderschapsverlof. Dankbaar voor alle mogelijkheden die ik wel heb. Met de zegen van mijn baas.