Kleiner zusje

“Zal ik je helpen met zoeken, Christian?” Kleuter Nathalie zit naast haar grote broer op de mat en ze kijken samen naar de grote hoop dieren. Christian heeft net de bak omgekiept omdat hij de dieren van Burgers’ Zoo —de obsessie van de week— wil zoeken om de dierentuin te kunnen ‘nabouwen’. De grote berg dieren is bepaalde niet overzichtelijk voor Christian en zoeken kost hem veel energie. Hij overziet het niet en zijn zoektechniek is verre van efficiënt. Hij schroomt dan ook niet om iemand anders het werk te laten doen. Als het dan spontaan wordt aangeboden, des te beter. “Ja, Nathalie, wat een goed idee!” zegt hij enthousiast en hij vouwt de plattegrond van Burgers’ Zoo open. Met zijn vinger zoekt hij naar de ingang.

“Kijk, Nathalie. Hier moet je naar binnen. Dan hebben we eerst de pinguïns nodig.” Nathalie begint volgzaam te graaien tussen de dieren en heeft in een oogwenk de eerste pinguïn gevonden. Christian kijkt weer op de plattegrond en instrueert zijn zusje wat ze vervolgens moet gaan zoeken. Ze hebben samen een momentje, dat is duidelijk. Christian stuurt aan en Nathalie voert uit en ze hebben beide plezier. Ze bekijken de gevonden dieren en hebben ook kort—beperkt wederkerig— overleg als ze een dier niet vinden. Ze lachen af en toe samen en je voelt verbondenheid. Soms komen ze er niet uit en richt Christian het woord tot mij: “Mama, hebben we een zeekoe? Nee? Welk dier lijkt op een zeekoe? Een zeeleeuw? Oh ja? Een zeeleeuw. Ik zou wel graag een zeekoe van een speelgoedje willen hebben!”

Een gemoedelijke 15 minuten gaan voorbij. Dan zijn er genoeg dieren verzameld, volgens Christian. “Zullen we samen gaan spelen?” vraagt Nathalie dan enthousiast. Helpen met zoeken is leuk en aardig, maar zij speelt graag samen, zoekt altijd iemand in huis om mee te spelen. Ze weet al heel goed dat ze haar broer nauwelijks hoeft te vragen, omdat ze afgewezen wordt, ze richt zich sterk op haar grote zus. Maar na al die gezelligheid durft ze best te hopen dat Christian nu wel weer een keer wil. Christian moet nadenken over die vraag, die hij —in tegenstelling tot ons— niet had zien aankomen. Hij kijkt weg, zit verstijfd en zegt dan bot: “Nee. Ik wil alleen spelen.” Zijn interactie met Nathalie, hoe gezellig ook, was tenslotte toch vooral functioneel. Op het botte af zou je kunnen zeggen dat hij zijn zusje heeft gebruikt, al doet dat geen recht aan de subtiele nuances.

Nathalie kijkt beteuterd. “Oké dan.” zucht ze en loopt weg om zelf iets te doen te zoeken. Christian kijkt naar alle verzamelde dieren en zijn stemming lijkt te zijn omgeslagen. “Ga je niet de dierentuin bouwen, Christian?” vraag ik hem. Het duurt een tijdje voor hij reageert, maar net voor ik mijn vraag wil herhalen, geeft hij toch antwoord. “Nee, mama. Dat doe ik straks wel als de zusjes naar school zijn. Dan ben ik alleen en heb ik eindelijk rust.” Ik knijp even begrijpend in zijn schouder voor ik verder ga met mijn eigen dingen. Ik weet hoe hij nog steeds worstelt met de aanwezigheid en prikkels van anderen.

Nathalie kijkt meteen op. “Gaat Christian niet naar school?” vraagt ze verwonderd. “Nee, Christian blijft bij mama thuis.” Nathalie kijkt naar haar broer en ik zie de vraagtekens in haar ogen. “Maar waarom? Ik wil ook thuis blijven bij mama!” Ik leg haar uit dat zij en Eveline naar school moeten, maar dat Christian een beetje ziek is en daarom niet alle dagen in de week naar school kan gaan. Sinds de carnavalsvakantie, waarin hij op dramatische wijze instortte, gaat hij (weer) deeltijd naar school, omdat hij flink overspannen is. Nathalie fronst. “Heeft Christian koorts? Heeft hij gespuugd?” vraagt ze me dan en haar blik is sceptisch. Christian ziet er wat haar betreft niet ziek uit. En een rustdagje thuis zou zij ook wel willen. Maar ze weet wat de ‘regel’ is, wanneer je ‘echt’ ziek bent en dus thuis mag blijven. Ik zwijg even. Hoe ga ik dit aan een pientere 5-jarige uitleggen?

“Christian is een beetje ziek in zijn hoofd.” zeg ik dan, maar krimp inwendig ineen door mijn eigen woordkeuze. Dat klinkt zo anders dan ik eigenlijk bedoel. “Hij is zo moe van de drukte en het gaat niet zo goed op school.” verduidelijk ik dan, en wijs haar op zijn gedrag van de laatste maanden. Dat hij zo ontzettend druk is en moeilijk uit zijn woorden komt. Dat hij veel huilt. Dat hij zo snel gaat schreeuwen en zo hard praat. Dat hij zo veel buikpijn en hoofdpijn heeft. Nathalie krijgt een peinzende blik, want ik weet dat dit haar niet is ontgaan. “Oh. Oké dan.” zucht ze en legt zich neer bij het feit dat Christian iets ‘mag’ wat zij niet mag.  Zonder verder morren gaat ze verder met het ochtendritueel dat haar klaar maakt om naar school te gaan. Christian is weer even achter zijn tablet gekropen, te onrustig om iets anders te doen, tot hij het rijk alleen heeft.

Nathalie danst voorbij en ziet iets op de tablet van Christian waardoor ze naast zijn stoel stil blijft staan om mee te kijken. Een minuutje later dringt dit ook tot Christian door. “Nou-hou! Nathalie! Laat me rust!” snauwt hij boos. Weg is de gemoedelijkheid, de verbondenheid. Gelukkig laat Nathalie zich meestal niet zo snel van slag brengen. “Oké! Sorry, Christian.” zegt ze vrolijk en vriendelijk en danst weer weg. Ik zie Christian even met een boze frons om zijn schouder kijken om te checken of zijn ‘stoorzender’ verdwenen is. Als hij Nathalies verontschuldiging gehoord heeft, dan vreet ik mijn schoen op. Hij merkt ook niet dat zijn zusjes twintig minuten later naar school gaan. Dat zijn vader hem gedag zegt, dat zijn zusje nog even naar hem zwaait. In zijn bubbel, op zijn plekje aan tafel, vastgeplakt aan zijn tablet, ziet en hoort hij niets behalve het filmpje. Als ik ook aan tafel kom zitten met een kopje koffie, kijkt hij verbaasd op. “Waar is Nathalie? Zijn de zusjes weg, mama? Oh fijn, dan kan ik nu de dierentuin maken. Kijk, ik heb alle dieren al gezocht!” Ik zucht. Geen credits voor Nathalie blijkbaar…

Advertenties

Samen spelen

“Eveline? Zullen we brandweerman Sam spelen?” hoor ik Christian vragen. Ik vermaak mij aan de andere kant van de kamer met een berg wasgoed en kan een verheugde glimlach niet onderdrukken. Christian heeft een uitstekende dag vandaag en dit is het ultieme bewijs. Samen spelen is absoluut niet zijn ding en hij benadrukt meestal heel duidelijk dat hij alléén wil spelen. Maar toch, zo heel af en toe, als hij ontspannen is, heeft hij wel zin om te spelen met zijn zus. Het onderwerp ‘Brandweerman Sam’ lag voor de hand, aangezien hij zojuist een half uur afleveringen heeft zitten kijken van deze –overigens tenenkrommende als je het mij vraagt- serie. Eveline heeft er wel oren naar en gezamenlijk gaan ze op zoek naar alle attributen. Want wat is brandweerman Sam zonder brandweerpak, helm, brandweerslang, brandweerauto?

Een dikke tien minuten later staan ze in de startblokken om daadwerkelijk te beginnen. “Eveline, jij mag het eerste filmpje kiezen. Welke wil je?” vraagt Christian dan. Eveline bedenkt een titel van een ‘aflevering’, “We spelen ‘Brand in de supermarkt’, ik ben Jenny en jij…” zegt ze en Christian schreeuwt er meteen doorheen dat hij brandweerman Sam is –uiteraard! Aansluitend begint hij luidkeels de titelsong van de serie te zingen. “Wacht, wacht, wacht!” gilt Eveline, omdat ze naar haar idee niet voldoende heeft kunnen uitleggen wat ze gaan spelen. De derde schrille “Wacht!” dringt tot Christian door en verward zwijgt hij. Hij heeft het woord ‘supermarkt’ opgevangen en hij kent de aflevering over supermarkt, dus hij begrijpt niet waarom Eveline niet gewoon meespeelt? Eveline schetst de situatie, een ruw script voor wat ze gaan spelen, terwijl Christian onrustig heen en weer springt en danst. Als hij echt luistert, vreet ik mijn schoen op. Eveline is nog niet klaar met vertellen als hij ongeduldig onderbreekt. “Ja, ja!” en hij zet wederom de titelsong in. Eveline fronst even, maar besluit hem geen tweede keer te onderbreken. Zachtjes zingt ze mee.

Als Christian het over ‘spelen’ heeft, dan denkt hij uitsluitend in filmpjes. Spelen betekent voor hem letterlijk naspelen van afleveringen of filmpjes die hij eerder gezien heeft. Hierbij is alles al duidelijk, het script ligt al compleet klaar: begin, midden, einde. Vanuit autisme bekeken is het eigenlijk best logisch. Geen verrassingen, overzicht, geen onduidelijkheden. Ideaal dus. Heel soms maakt hij kleine variatie hierop, door verschillende scripts met elkaar te combineren, tot een ‘nieuw’ geheel, maar dat is sporadisch. Ik moet zelf altijd wel een beetje gniffelen als ik hem bezig hoor. Want naspelen neemt hij heel letterlijk. Begintune of titelsong, geluidseffecten, muziek, tekst, aftiteling. Alles zit erop en eraan. Met soms ook commentaar van de ‘regisseur’: “Mama, kijk, hij gaat beginnen! Mama, daar komt het liedje. Mama, hij is net op tijd afgelopen!” Daarnaast krijg je zo een glimp van zijn excellente geheugen, waar het dit soort details betreft. Ik doe het hem niet na. Soms heeft het ook iets tragisch. Dat zijn hoofd zo vol loopt met informatie die niet relevant is, maar wel ‘ruimte’ op zijn harde schijf inneemt.

Goed, in zijn hoofd ligt het script dus helemaal vast. Dan voegen we daar aan toe het spel van Eveline. Die een rijke fantasie heeft en zich kan laten meeslepen door haar eigen ideeën, misschien nog wel meer dan een gemiddeld kind. Al spelende borrelen nieuwe ideeën op en haar script is vloeibaar, kneedbaar, onbegrensd. Alle goede bedoelingen van beide kinderen ten spijt, weet ik dat het simpelweg een kwestie van tijd is voor er één gefrustreerd afhaakt.

“Nee, dit is mijn speciale telefoon, als ik hierop druk kan ik vliegen.” hoor ik Eveline zeggen. Ik kijk naar Christian. Eveline denkt hardop verder in haar eigen idee, enthousiast meegesleept door haar eigen fantasie. Christian staat onzeker stil. Heel vluchtig kijkt hij haar even aan, maar staart dan naar de grond. Ik zie hem zijn hersens pijnigen. Hij kan geen aflevering van brandweerman Sam bedenken waar dit in voorkomt en is in de war. Wat zijn ze nu aan het spelen dan? Dit staat niet in het script. Ik zie de spanning in hem stijgen en na een stilte zegt hij: “Ja.” Er werd geen antwoord van hem verwacht en de opmerking komt uit de lucht vallen. Eveline kijkt hem ook even bevreemd aan. “Eveline, zullen we dan nu het noodgeval spelen?” vraagt hij tenslotte, in een poging haar weer terug te krijgen in het script, zodat hij weet wat hij moet doen of zeggen.

Eveline laat zich niet zomaar van de wijs brengen, maar als Christian zijn vraag voor de vijfde keer, zeer indringend, herhaalt geeft ze toe. Ze voegt zich weer in de voorspelbare routine en enkele minuten genieten ze beide van hun samenspel. Dan borrelt er weer een nieuw idee op. “Nee, weet je, Christian, ik was heel erg verkouden en je kon mij niet bereiken. Ik moest eerst naar de dokter, en…” Christian verstijft weer, kijkt naar zijn voeten en hij weet zich geen raad met deze onverwachte wending. Ik hoor hem na een minuutje weer bedremmeld “Ja.” zeggen en hij gaat dan zelf luidruchtig verder met het ‘filmpje’ in de hoop dat Eveline zich weer zal voegen. En dat doet ze. Voor even. Na een paar minuten gooit ze er weer een onbekend element in en Christians reactie blijft hetzelfde.

Hij heeft echt een goede dag, want pas de vijfde keer dat Eveline van het ‘script’ afwijkt, haakt hij af. Meestal besluit hij na de eerste of tweede keer al dat hij er niet tegen kan, maar nu was de wens om samen te spelen blijkbaar groot genoeg om deze mate van spanning en onzekerheid zo lang vol te houden. Maar nu is het toch echt gedaan. Met een verdrietige uitdrukking op zijn gezicht komt hij naar me toe en zijn woorden zijn geen verrassing: “Mama? Mag ik een filmpje kijken? Ik vind spelen zo moeilijk.” Ik zie de spanning in zijn lijf, de verwarring en de vermoeidheid van proberen Eveline bij te benen, en weet dat hij nu ook echt even nodig heeft om tot zichzelf te komen. Hij mag van mij op de tablet en op zijn plekje aan de eettafel gaat hij opgelucht achter zijn beeldschermpje zitten. Even later klinkt de titelsong van brandweerman Sam door de kamer en fladderend geniet Christian van de aflevering. Die hij vast al tien keer gezien heeft. Maar met nog steeds hetzelfde begin, midden en einde. Dat script staat geruststellend vast.