Nooit aan de borst

Een periode wordt definitief afgesloten. Mijn jongste Nathalie, bijna 2 jaar, heeft haar laatste borstvoeding gehad. Met een tevreden gevoel kijk ik terug op de jaren die ik mijn kinderen heb gevoed. Nathalie bijna 2 jaar. Eveline bijna 2 jaar. Christian… tja. Dat is eigenlijk een ander verhaal. Hij heeft wel 10 weken moedermelk gehad dankzij een goede borstkolf, maar de feitelijke borstvoeding is mislukt. Op zich geen vreemd gegeven, zeker bij een eerste kindje. Het gaat niet altijd soepel en het gaat ook zeker niet altijd goed, zeker in ons Nederland waar de begeleiding op borstvoedingsgebied –in mijn ogen- soms ernstig te kort schiet door gebrekkige kennis. Toch kan ik het het niet nalaten me nu af te vragen, wetende wat ik nu weet, of de mislukte borstvoeding relatie heeft met zijn autisme, zijn ontwikkelingsachterstand.

Voor een succesvolle borstvoeding zijn er 4 vaardigheden die een pasgeboren nodig heeft. 1) Voldoende sterke spieren in het mondgebied, 2) voldoende coördinatie van verschillende spieren in mondgebied, 3) voldoende beweeglijkheid in het mondgebied, 4) voldoende (en adequaat) gevoel in het mondgebied. Problemen op een van deze gebieden kan zich vertalen naar borstvoedingsproblemen. Een gezonde à terme geboren baby bezit deze vaardigheden meestal, maar het is bekend dat dit anders kan zijn bij bijvoorbeeld kinderen met neurologische problemen, te vroeg geboren kinderen, kinderen met vertraagde ontwikkeling (onrijpheid), kinderen met een zintuiglijke handicap zoals blindheid. Autisme wordt hier niet specifiek genoemd, maar ik denk dat ik daar wel duidelijke aanknopingspunten vind om mijn borstvoedingsperiode Christian beter te begrijpen.

Christian werd geboren bij een termijn van ruim 41 weken. Misselijkheid –hij had bloed en vruchtwater ingeslikt, dat hij in een 4-tal keer uitgespuugd heeft- en wellicht ook wennen aan buitenwereld na de snelle bevalling zorgden ervoor dat hij de eerste 24 uur geen enkele interesse had in de borst. Daarna begon het maagje toch te knagen en wilde hij drinken. Maar die borst? Wat moet je er mee? Het was duidelijk dat Christian dat niet wist. We deden allerlei pogingen om hem aan te leggen, maar happen deed hij niet. Als de tepel enigszins in zijn mond kwam, wendde hij zijn hoofdje af en ging nog harder huilen. Eén keer, slechts één keer in zijn leven, leek hij de tepel even goed vast te hebben, maar drinken deed hij niet en liet ook binnen enkele seconden weer huilend los. Onder begeleiding van kraamhulp begon ik moedermelk af te kolven, die we hem dan eerst met een spuitje gaven, maar na een paar dagen werd dat een flesje. Ook dat ging niet soepel overigens, het was ook een zoektocht naar een fles waar hij rustig zonder knoeien uit kon drinken, zonder dat hij daarna weer alles uitspuugde. Een lange dunne speen van het merk Dodie –het vijfde, zesde merk dat we probeerden?- was de enige waarmee hij uit de voeten kon. In de tussentijd probeerde ik iedere keer weer om hem aan te leggen, maar hij hapte niet, deed zijn mond niet ver genoeg open, wendde zijn hoofdje af en huilde, huilde vooral heel hard –en ik, doodop en gefrustreerd, huilde met hem mee. Na twee weken kon ik het emotioneel niet meer aan om hem die borst aan te bieden, die hij al zo vaak afgewezen had. En is hij dus met de fles groot geworden. Waarom liep het zo? Waar was dat aangeboren overlevingsinstinct dat baby’s in staat stelt om zichzelf aan te leggen en te drinken?

Op dat moment begreep ik het niet en ik was gedesillusioneerd. Borstvoeding geven bleek toch een stuk moeilijker te zijn dan ik dacht. Ik had het gevoel dat ik gefaald had, als moeder. En ik was intens jaloers op berichtjes in de trant van “Hij drinkt goed aan de borst, een natuurtalentje!”. Het was duidelijk dat Christian geen natuurtalent was. Wetende wat ik nu weet, over borstvoeding, maar vooral ook over mijn zoon, zie ik welke obstakels moeder natuur voor hem had neergelegd.

Voldoende kracht en coördinatie van spieren in het mondgebied

Dit wordt ook wel mondmotoriek genoemd. De ontwikkeling van Christian is doordrenkt met signalen die wijzen op onrijpheid en zwakte op dit gebied, dit moet hem dus in de kraamweek al behoorlijk parten hebben gespeeld. Denk hierbij aan vaak spugen, slecht kauwen, stukjes voedsel in de wang ‘bewaren’ –hamsteren- na geslikt te hebben, overvloedig kwijlen (tot ongeveer 4-4,5 jaar oud), constant met open mond rondlopen, slordig afhappen van een lepel,  mond erg vol proppen tijdens het eten, slechte articulatie tijdens het praten, moeizaam leren drinken uit een gewone beker, pas op latere leeftijd (ouder dan 4 jaar) met een rietje kunnen drinken. Hij is nu 8 jaar oud, maar lispelt nog steeds en is ook nog steeds niet in staat om een kaarsje uit te blazen of überhaupt fatsoenlijk zijn lippen te tuiten. Slecht kauwen is ook nog steeds actueel en het komt dan nog met enige regelmaat voor dat hij te grote brokken probeert af te slikken, wat resulteert in spugen.

Voldoende beweeglijkheid in het mondgebied

Christian heeft een jaar of vier individuele logopedie gehad en in die verslagen komen telkens dezelfde termen bovendrijven. Naast de zwakke mondmotoriek, slappe spieren van lippen en tong, wordt ook telkens een kort tongriempje met lage tongpositie beschreven. Het is bekend dat korte tongriempjes gepaard kunnen gaan met aanzienlijke borstvoedingsproblemen, vooral op het gebied van aanleggen. Ik zei zelf altijd: “Hij heeft een klein mondje.” En dat was ook zo, als ik het vergeleek met de –in mijn ogen- gapende gaten die andere baby’s in mijn omgeving konden maken. Veel te klein om goed een tepel(hof) in de mond te nemen. Nu zal ik vast niet de meest optimale manieren van aanleggen hebben geprobeerd –ik heb pas bij Nathalie, mijn derde, echt begrepen hoe dit moet en waar je op let- maar nu vraag ik me toch af: dat tongriempje? Zou dit hem gehinderd hebben om goed te happen? Kon hij zijn mond überhaupt wel ver genoeg open doen?

Voldoende en adequaat gevoel in de mond

De slechte mondmotoriek en een kort tongriempje maakte het Christian wellicht heel lastig om tepel goed in de mond te nemen en te drinken, maar eigenlijk was het grootste probleem dat hij het niet eens probeerde. Hij wilde niet, hij hapte niet. Ik vermoed dat hier zijn problemen met sensorische integratie een grote rol hebben gespeeld. De tastprikkels die hij uit het mondgebied kreeg, werden –en worden nog steeds- anders verwerkt dan in een gemiddeld brein. Zachte kriebelige aanrakingen worden door hem als pijn ervaren, terwijl heel stevige aanrakingen hem juist rust geven. Ik stel me zo voor dat een zachte tepel in de categorie ‘zachte kriebelige aanraking’ zou kunnen vallen en hem dus –letterlijk- pijn deed. Waardoor hij heel snel genezen was van de neiging om te happen en een aversie tegen de borst kreeg. En zich afwendde van deze bron van pijn.

Speculaties. Terugkijken. Meer heb ik nu niet. Ik zal nooit weten precies waarom het toen misliep, hoewel ik dus wel mijn theorieën heb. Deels ligt het ook aan mezelf. Een lactatiekundige had mij wellicht verder kunnen helpen, maar toen men vier weken na de bevalling dit voor het eerst suggereerde kon ik –oververmoeide, kwetsbare, emotionele, voor de eerste keer moeder- de puf niet meer opbrengen. Ik beschermde mezelf tegen de pijn van afgewezen te worden door mijn baby, het gevoel te falen en besloot door te gaan met het geven van uitsluitend flesjes afgekolfde moedermelk. Dat vond ik al heel wat van mezelf, een hele investering waar ik nog steeds trots op ben, al was het maar voor 10 weken. Maar toch. Ik heb hem niet aan de borst gehad. Ik merk dat ik dit Kleine Verdriet nog steeds, na acht jaar, bij me draag. Ik hoop dat de generaties vrouwen na mij veel beter begeleid zullen worden, meteen in het kraambed al en niet zullen schromen om snel gespecialiseerde hulp te vragen. Borstvoeding geven is niet zo makkelijk als het lijkt…

Advertenties